ECLI:NL:RBHAA:2009:BL3649
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aftrekbaarheid omzetbelasting op verbouwing woning niet volledig als ondernemingsvermogen
Eiseres, een fiscale eenheid bestaande uit C en D B.V., voerde bezwaar aan tegen de weigering van de Belastingdienst om de volledige voorbelasting op een woningverbouwing in aftrek te nemen. De woning was in 1993 gekocht voor privégebruik, en pas vanaf 1 juli 2003 was C als ondernemer voor de omzetbelasting geregistreerd. De verbouwing vond plaats tussen het vierde kwartaal 2005 en het tweede kwartaal 2006, waarbij een niet-zelfstandige werkruimte voor de onderneming werd gerealiseerd.
De rechtbank oordeelde dat op grond van jurisprudentie van het Hof van Justitie de woning en de verbouwing niet tot het ondernemingsvermogen kunnen worden gerekend, omdat de woning oorspronkelijk voor privédoeleinden was aangeschaft en investeringsdiensten niet onder het leerstuk van vermogensetikettering vallen. De voorbelasting op de verbouwing komt slechts voor aftrek in aanmerking voor zover de diensten zijn gebruikt voor belaste handelingen, wat de rechtbank vaststelde op een bedrag van € 1.959.
De rechtbank verwierp het beroep van eiseres op het arrest Fischer en Brandenstein, omdat dit arrest niet over het aftrekrecht ging maar over correctie van voorbelasting bij onttrekking, en omdat eiseres niet had aangetoond in hoeverre de verbouwing bestandsdelen betrof die onder het investeringsgoedregime vallen. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde de vermindering van de betaalde belasting. Tevens veroordeelde zij verweerder in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en vermindert de betaalde omzetbelasting met € 1.959 wegens beperkt aftrekrecht van voorbelasting op de verbouwing.