ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9845
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - meervoudig
- R.G. Kemmers
- G.W.J. Harten
- C.J. Hummel
- Rechtspraak.nl
Toerekening afwaardering vordering aan belastingplichtige ondanks gemeenschap van goederen
Eiser, gehuwd in gemeenschap van goederen, had een vordering op zijn holding die in 2002 met €42.500 werd afgewaardeerd. De Belastingdienst corrigeerde deze afwaardering volledig, maar stond bij bezwaar toe dat de helft ervan in aftrek werd gebracht. Het geschil betrof de vraag of de afwaardering geheel aan eiser of voor de helft aan hem en zijn echtgenote moest worden toegerekend.
De rechtbank overwoog dat het resultaat uit overige werkzaamheden, waaronder het rendabel maken van vermogensbestanddelen valt, moet worden toegerekend aan degene die de bestuursbevoegdheid over het vermogensbestanddeel heeft. De civielrechtelijke gemeenschap van goederen vormt geen aanknopingspunt voor de heffing van inkomstenbelasting. Dit volgt uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad.
Omdat de vordering op naam van eiser staat en hij de bestuursbevoegdheid bezit, moet het resultaat, inclusief de afwaardering, volledig aan hem worden toegerekend. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bezwaarbesluit en stelde het belastbaar inkomen vast op €27.607 negatief. Tevens werd verweerder veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De afwaardering van de vordering wordt volledig toegerekend aan eiser, ondanks gemeenschap van goederen.