ECLI:NL:RBHAA:2008:BD9052
Rechtbank Haarlem
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing persoonsgebonden budget voor vervoersvoorziening Wmo
Eiser vroeg bij verweerder een vervoersvoorziening aan op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), namelijk een bijdrage voor de aanschaf van een eigen auto. Verweerder wees de aanvraag af omdat er een voorliggende voorziening zou zijn in de vorm van collectief vervoer. Na bezwaar en een hoorzitting werd een medisch advies ingewonnen van het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ), dat concludeerde dat eiser vanwege zijn longaandoening beperkt is in lopen en fietsen, maar wel met collectief vervoer kan reizen.
Verweerder wees het bezwaar af en kende een pas voor collectief vervoer toe. Eiser stelde dat hij vanwege zijn medische situatie niet met collectief vervoer kan reizen en vroeg om een persoonsgebonden budget. De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het collectief vervoer verantwoord moet functioneren met zoveel mogelijk deelnemers en waarom een persoonsgebonden budget daarom moest worden geweigerd.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met het motiveringsbeginsel en artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder werd opgedragen een nieuwe beslissing te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van het persoonsgebonden budget wordt vernietigd.