ECLI:NL:RBGEL:2026:5306
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen intrekking en afwijzing Participatiewet-uitkering wegens niet meewerken aan huisbezoek
De zaak betreft een verzoek om voorlopige voorziening tegen twee besluiten van het college van burgemeester en wethouders van Arnhem. Het eerste besluit van 13 november 2025 betrof de intrekking van de Participatiewet-uitkering met ingang van 11 november 2025, vanwege het niet meewerken aan een huisbezoek. Het tweede besluit van 17 april 2026 wees een nieuwe aanvraag voor een uitkering af, eveneens wegens het niet voldoen aan de medewerkingsplicht.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college terecht een huisbezoek heeft afgelegd op grond van meldingen van buurtbewoners over mogelijke onderverhuur en het niet wonen op het uitkeringsadres. Verzoeker weigerde inzage te geven in papieren tijdens het huisbezoek, waardoor het college het recht op bijstand niet kon vaststellen. Ook bij de nieuwe aanvraag werkte verzoeker onvoldoende mee aan een onaangekondigd huisbezoek, ondanks dat hij via een deurbelcontact kon worden bereikt.
De voorzieningenrechter concludeert dat verzoeker niet heeft voldaan aan zijn medewerkingsplicht zoals vereist in artikel 17, tweede lid, van de Participatiewet. Hierdoor was het college bevoegd de uitkering in te trekken en de nieuwe aanvraag af te wijzen. De verzoeken om voorlopige voorziening worden daarom afgewezen. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De verzoeken om voorlopige voorziening tegen intrekking en afwijzing van de Participatiewet-uitkering wegens niet meewerken aan huisbezoeken worden afgewezen.