Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 1 juli 2026
[belanghebbende ] B.V. , uit [vestigingsplaats ] , belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Enschede, de inspecteur,
Inleiding
Feiten
Vennootschapsbelasting
Beoordeling door de rechtbank
Managementfee retour
Naheffingsaanslagen omzetbelasting 2015 en 2016: Privégebruik auto
BNB2002/26), zullen de nationale autoriteiten moeten waarborgen dat de belastingplichtige zijn recht om niet mee te werken aan zelfincriminatie effectief kan uitoefenen. Aangezien hierop gerichte regelgeving in Nederland ontbreekt, dient de rechter in de vereiste waarborgen te voorzien. (...)”
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep inzake de navorderingsaanslag Vpb voor het jaar 2014 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag Vpb 2014 tot naar een belastbare winst van € 105.084;
- bepaalt dat de beschikking belastingrente overeenkomstig wordt verminderd;
- verklaart het beroep inzake de navorderingsaanslag Vpb voor het jaar 2015 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag Vpb 2015 tot naar een belastbare winst van € 78.380;
- bepaalt dat de beschikking belastingrente overeenkomstig wordt verminderd;
- vermindert de vergrijpboete Vpb 2015 tot € 1.667;
- verklaart het beroep inzake de navorderingsaanslag Vpb voor het jaar 2016 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, maar uitsluitend voor zover het de boete betreft;
- vermindert de vergrijpboete Vpb 2016 tot € 2.386;
- verklaart het beroep inzake de naheffingsaanslag OB voor het jaar 2016 gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, maar uitsluitend voor zover het de boete betreft;
- vermindert de vergrijpboete OB 2016 tot € 4.127;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde (delen van de) uitspraken op bezwaar;
- verklaart de beroepen voor het overige ongegrond;
- veroordeelt de inspecteur tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 2.500;
- veroordeelt de Staat tot vergoeding van de door belanghebbende geleden immateriële schade tot een bedrag van € 1.000;
- veroordeelt de inspecteur in de door belanghebbende gemaakte proceskosten tot een bedrag van € 4.800;
- bepaalt dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 371 vergoedt.