ECLI:NL:RBGEL:2026:4975
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens niet-naleving overgenomen mestverwerkingsplicht in 2022 en 2023
Eiseres, exploitant van een vleesvarkensbedrijf, kreeg bestuurlijke boetes opgelegd door de minister van Landbouw wegens het niet voldoen aan de overgenomen mestverwerkingsplicht in 2022 en 2023. De boetes betroffen respectievelijk €61.083 en €21.175, gebaseerd op het niet zelf verwerken van fosfaatkilogrammen die zij had overgenomen van andere bedrijven.
De rechtbank oordeelt dat eiseres inderdaad niet heeft voldaan aan de voorwaarden van artikel 33a, vijfde lid, van de Meststoffenwet, omdat zij de verwerkingsplicht niet zelf heeft uitgevoerd maar heeft overgedragen via vervangende vervoersovereenkomsten (VVO’s). De rechtbank stelt dat het niet relevant is of de fosfaatkilogrammen daadwerkelijk door de andere bedrijven zijn verwerkt voor de vraag of sprake is van overtreding.
Eiseres voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de regelgeving, handelde met goede intenties en dat de mest feitelijk wel was verwerkt, waardoor slechts administratieve fouten zouden zijn gemaakt. De rechtbank verwierp deze argumenten en stelde dat het niet naleven van de verwerkingsplicht ernstige overtredingen zijn. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, omdat registratie van VVO’s in het RVO-systeem geen toezegging inhoudt dat deze akkoord zijn bevonden.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht bestuurlijke boetes heeft opgelegd en dat er geen aanleiding is tot verdere matiging. De beroepen worden ongegrond verklaard en de boetes blijven in stand.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond en handhaaft de opgelegde bestuurlijke boetes wegens overtreding van de overgenomen mestverwerkingsplicht.