Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:436

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
21 januari 2026
Publicatiedatum
20 januari 2026
Zaaknummer
C/05/452955 / HZ ZA 25-159
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:89 BWArt. 6:94 BWArt. 6:119 BWArt. 6:233 BWArt. 3:13 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing contractuele boete wegens schending bemiddelingsovereenkomst met algemene voorwaarden

Metaalkanjers, een arbeidsbemiddelingsbureau, vordert betaling van een bemiddelingsvergoeding en een contractuele boete van Holga Metaaltechniek wegens het in dienst nemen van een voorgestelde kandidaat zonder tijdige schriftelijke melding. De bemiddelingsovereenkomst is tot stand gekomen met toepassing van de algemene voorwaarden van Metaalkanjers, die onder meer een boetebeding bevatten bij overtreding van de meldingsplicht.

Holga betwist de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden en stelt dat een nieuw voorstel met vaste vergoeding is overeengekomen. De rechtbank oordeelt dat de algemene voorwaarden van toepassing blijven en dat Holga de boete verschuldigd is wegens het niet tijdig melden van de arbeidsovereenkomst. Verweren van Holga zoals misbruik van recht, klachtplicht, rechtsverwerking en schuldeisersverzuim worden verworpen.

De rechtbank acht het boetebeding niet onredelijk bezwarend, maar matigt de boete van bijna €50.000 naar €25.000 vanwege de omstandigheden, waaronder het ontbreken van opzet en het feit dat Holga de vergoeding alsnog betaalde. Ook de contractuele rente en incassokosten worden toegewezen. Holga wordt veroordeeld tot betaling van €23.750 plus rente en proceskosten.

Uitkomst: Holga wordt veroordeeld tot betaling van een gematigde contractuele boete en incassokosten wegens niet tijdige melding van de arbeidsovereenkomst.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/452955 / HZ ZA 25-159
Vonnis van 21 januari 2026
in de zaak van
METAALKANJERS B.V.,
te ‘s-Hertogenbosch,
eisende partij,
hierna te noemen: Metaalkanjers,
advocaat: mr. M.W. van der Heijden,
tegen
HOLGA METAALTECHNIEK B.V.,
te Doetinchem,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Holga,
advocaat: mr. L.D. van Meggelen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 20 augustus 2025,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 8 december 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Metaalkanjers is een onderneming die zich bezighoudt met arbeidsbemiddeling en tewerkstelling van arbeidskrachten in de metaalsector. Holga is een metaalbewerkingsbedrijf dat zich onder meer richt op de vervaardiging van kleine series, moeilijke bewerkingen en producten/onderdelen die regelmatig terugkeren binnen branches als de medische sector, de voedingsmiddelenindustrie en de verpakkingsindustrie.
2.2.
Bij e-mailbericht van 27 september 2023 (productie 3 bij dagvaarding) heeft Metaalkanjers Holga benadert voor de mogelijke plaatsing van [naam 1] (hierna: [naam 1] ). In de mail is een geanonimiseerd profiel van [naam 1] opgenomen. Voorts is in de mail, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“Er is een nieuwe metaalkanjer beschikbaar die valt binnen uw geselecteerde vakgebied. In de bijlage vindt u het anonieme profiel(…)U vindt hier ookonze voorwaarden die op deze kandidaat van toepassing zijn en wat de kandidaat kost.
(…)
Tarieven, mogelijkheden en voorwaarden
De tarieven, afnamemogelijkheden en voorwaarden vindt u in de bijlage van deze mail.
Ziet u een interessant profiel?
Handel dan snel. U bent namelijk niet de enige die op zoek is naar een metaalkanjer:
1.
Bel of mail mij om het volledige profiel van de kandidaat op te vragen
2.
Ziet u na het volledige profiel nog steeds die match? Dan regel ik de kennismaking, vervolggesprek(ken) én bemiddel ik bij het contractaanbod”
2.3.
Bij het e-mailbericht zijn, onder meer, de algemene voorwaarden van Metaalkanjers gevoegd. In deze algemene voorwaarden (productie 4 bij dagvaarding) is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
Voorwaarden
Artikel 1 Begripsbepalingen Pro en toepasselijkheid
(…)
2. Deze voorwaarden zijn van toepassing op alle offertes, offerte-aanvragen, aanbiedingen en overeenkomsten, waaronder ook opvolgende, betreffende het verrichten van diensten door Metaalkanjers, alsmede op iedere uitnodiging van Metaalkanjers tot het doen van een aanbod.
(…)
Artikel 4 Uitvoering Pro van de Opdracht en vergoeding
(…)
2. Indien tussen Wederpartij, alsmede alle aan Wederpartij op enigerlei wijze gelieerde bedrijven, en de door Metaalkanjers voorgestelde Kandidaat binnen één jaar na de introductie een arbeidsovereenkomst tot stand komt, is Wederpartij een bemiddelingsvergoeding verschuldigd.
3. Wederpartij is verplicht binnen vijf werkdagen na overeenstemming tussen Wederpartij en Kandidaat schriftelijk mededeling te doen aan Metaalkanjers, onder toezending van de voorwaarden van de overeenkomst.
4. De (minimale) bemiddelingsvergoeding (fee) wordt berekend aan de hand van het onderstaande schema, als percentage van het Bruto Jaarsalaris van de Kandidaat, tenzij een ander schriftelijk overeengekomen percentage van het Bruto Jaarsalaris en/of ander minimumbedrag overeengekomen is:
Vacature afdeling:
Fee (%):
Minimale fee (€):
Productie
25,0%
€ 10.000
Bedrijfsbureau
27,5%
€ 12.500
Leidinggevend
30,0%
€ 15.000
(…)
6. Het is wederpartij zonder schriftelijke toestemming van Metaalkanjers niet toegestaan om gedurende één jaar na het eindigen van een Opdracht of het doen van een Introductie, met een Kandidaat welke door Metaalkanjers is voorgesteld, rechtstreeks of via derden een arbeidsverhouding aan te gaan, direct of indirect te werk te stellen, of aan derden aan te bieden.
(…)
10. Bij iedere overtreding van het hiervoor in lid 3 (meldingsplicht na het in dienst treden van Kandidaat) of lid 6 (achteraf aannemen van een Kandidaat) gestelde, is Wederpartij direct en zonder nadere ingebrekestelling een direct opeisbare en niet voor matiging vatbare boete van vier keer de indicatieve bemiddelingsvergoeding (exclusief btw) verschuldigd, welke berekend wordt via de in lid 4 weergegeven tabel op basis van het indicatieve loon zoals door Metaalkanjers opgegeven bij het aanbod, derhalve met een minimum van € 40.000,-- naast de bemiddelingsvergoeding die verschuldigd blijft.
(…)
Artikel 6 Betaling Pro.
(…)
4. Bij niet tijdige betaling geraakt Wederpartij zonder nadere ingebrekestelling in verzuim. Zodra Wederpartij in verzuim is met de betaling van een verbintenis, is een contractuele rente van 1,5% per maand verschuldigd. Tevens zijn dan 15% aan buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd, berekend over het totaal verschuldigde bedrag, onverminderd het recht van Metaalkanjers om volledige schade te vorderen. Alle gerechtelijke kosten komen daarbij voor rekening van Wederpartij, ook die kosten die uitstijgen boven het forfaitair door de rechter vast te stellen bedrag aan proceskostenveroordeling (het zogenaamde liquidatietarief).”
2.4.
Bij e-mailbericht van 28 september 2023 (productie 6 bij dagvaarding) heeft Holga, voor zover relevant, als volgt geantwoord op de mail van Metaalkanjers:
“Dag [naam 2] , laten we eens een gesprek proberen te plannen….”
2.5.
Metaalkanjers heeft vervolgens het volledige profiel van [naam 1] doorgestuurd en een gesprek tussen Holga en [naam 1] ingepland. Bij e-mailbericht van 10 oktober 2023 (productie 7 bij dagvaarding) heeft Metaalkanjers de afspraak tussen Holga en [naam 1] voor 17 oktober 2023 bevestigd. In deze mail is, voor zover relevant, het volgende opgenomen:
“Zoals beloofd de afspraakbevestiging voor aanstaande dinsdag, bij vragen hoor ik het graag.
(…)
Voorwaarden
Een ander belangrijk onderdeel is op de hoogte zijn van onze voorwaarden. We hebben er een paar voor je uitgeschreven. Neem graag de tijd omalle voorwaarden uit de bijlagengoed door te lezen.
2.6.
Op 17 oktober 2023 heeft het gesprek tussen Holga en [naam 1] plaatsgevonden op locatie bij Holga. Holga heeft vervolgens op enig moment [naam 1] een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangeboden onder de voorwaarde dat hij de wervings-/selectiekosten van Metaalkanjers aan haar terugbetaalt indien hij binnen één jaar uit dienst treedt.
2.7.
Metaalkanjers en Holga hebben op 26 oktober 2023 telefonisch contact gehad onder meer naar aanleiding van de voorwaarde dat [naam 1] bij een vroegtijdig vertrek de wervings-/selectiekosten aan Holga dient terug te betalen. Naar aanleiding van dit telefonisch contact schrijft Metaalkanjers op diezelfde dag per e-mailbericht (productie 9 bij dagvaarding), voor zover relevant, het volgende:

Zoals telefonisch besproken wijken wij éénmalig af van onze voorwaarden t.b.v. de bemiddeling van[naam 1]. Dit met de afspraak dat er geen clausule in het contract staat van [naam 1] staat waardoor hij de bemiddelingsvergoeding van Metaalkanjers terugbetaald aan Holga Metaaltechniek in het geval van een vroegtijdig vertrek. Met onderstaande aanbod biedt Metaalkanjers aan om dit risico te dragen, waardoor deze niet bij de kandidaat komt te liggen.
Aanbod voor aanname [naam 1]
Bemiddelingskosten:
€ 9.979,- excl. btw. Betalingstermijn 30 dagen.
Garantie:
100% van de bemiddelingskosten worden gecrediteerd wanneer kandidaat en opdrachtgever binnen het eerste jaar uit elkaar gaan.
Facturatie vanaf:
Totstandkoming contractovereenkomst
Arbeidscontract:
Getekend contractovereenkomst wordt binnen 5 werkdagen na ondertekening verzonden naar: [mailadres] .
Fijn dat we er op deze manier telefonisch uitgekomen zijn en zoals aangegeven komen wij graag eens langs om jullie organisatie ook persoonlijk te leren kennen!
2.8.
Holga en [naam 1] zijn met ingang van 1 januari 2024 een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd aangegaan, tegen een bruto maandloon van € 3.850,00. Holga heeft dit niet binnen vijf werkdagen na het overeenkomen van de arbeidsovereenkomst schriftelijk medegedeeld aan Metaalkanjers.
2.9.
Bij e-mailbericht van 28 april 2025 (productie 10 bij dagvaarding) heeft Metaalkanjers Holga gesommeerd tot betaling van een bemiddelingsvergoeding voor [naam 1] en, onder verwijzing naar haar algemene voorwaarden, aanspraak gemaakt op een contractuele boete.
2.10.
Op 22 mei 2025 heeft Holga onder voorbehoud van alle rechten en weren een bedrag van € 9.979,00 exclusief btw (€ 12.074,59 inclusief btw) betaald aan Metaalkanjers, alsmede een bedrag van € 2.500,00 als bijdrage voor de juridische kosten van Metaalkanjers.

3.Het geschil

3.1.
Metaalkanjers vordert bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
Holga te veroordelen tot betaling van € 51.664,95, vermeerderd met de contractuele rente van 1,5% per maand over dit bedrag vanaf 29 mei 2025 tot de dag der algehele voldoening;
Holga te veroordelen in de kosten van het onderhavige geding, alsmede in de nakosten, vermeerderd met de wettelijke rente over deze kosten en nakosten vanaf de vijftiende dag na de datum van het vonnis tot de dag der algehele voldoening.
3.2.
Holga voert verweer. Holga concludeert tot niet-ontvankelijkheid van Metaalkanjers, dan wel tot afwijzing van de vorderingen van Metaalkanjers, met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van Metaalkanjers in de kosten van deze procedure.
3.3.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig voor de beoordeling, ingegaan.

4.De beoordeling

Waar gaat de zaak over?
4.1.
Metaalkanjers vordert in de onderhavige procedure betaling van een bedrag van € 51.664,95. Dit bedrag bestaat uit een bemiddelingsvergoeding van € 15.093,54, een contractuele boete van € 49.896,00 en buitengerechtelijke incassokosten van € 1.250,00, verminderd met een reeds verrichte betaling door Holga van in totaal € 14.574,59 (zie r.o. 2.10.).
4.2.
Metaalkanjers baseert haar vordering op de stelling dat naar aanleiding van haar e-mailbericht van 27 september 2023 (zie r.o. 2.2.) een bemiddelingsovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen, waarop haar algemene voorwaarden van toepassing zijn. Aangezien [naam 1] binnen één jaar na de introductie door Metaalkanjers in dienst is getreden bij Holga, is Holga de bemiddelingsvergoeding verschuldigd op grond van artikel 4 van Pro de algemene voorwaarden (zie r.o. 2.3.). Holga heeft voorts nagelaten de arbeidsovereenkomst met [naam 1] binnen vijf werkdagen na ondertekening aan Metaalkanjers toe te sturen, zodat zij tevens de contractuele boete uit datzelfde artikel verschuldigd is, alles aldus Metaalkanjers.
Holga betwist nog enig bedrag verschuldigd te zijn aan Metaalkanjers. Zij voert (primair) aan dat Metaalkanjers haar een geheel nieuw en op maat gemaakt voorstel heeft gedaan per e-mailbericht van 26 oktober 2023 (zie r.o. 2.7). Hierin heeft Metaalkanjers haar algemene voorwaarde ter zijde gelegd en zijn partijen een vaste bemiddelingsvergoeding van € 9.979,00 (exclusief btw) overeengekomen. Dit bedrag heeft Holga reeds voldaan.
Wat zijn partijen overeengekomen?
4.3.
Partijen zijn het erover eens dat tussen hen een bemiddelingsovereenkomst heeft bestaan. De vraag die hen echter verdeeld houdt, is welke (algemene) voorwaarden hierop van toepassing zijn. Vooropgesteld wordt dat tussen partijen in ieder geval een bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen naar aanleiding van de e-mail van Metaalkanjers van 27 september 2023 en dat hierop de algemene voorwaarden van Metaalkanjers van toepassing zijn. De e-mail van 27 september 2023 is namelijk te beschouwen als een aanbod tot bemiddeling onder de in de bijlages bij die e-mail vermelde tarieven en algemene voorwaarden. Omdat Holga vervolgens bij e-mail van 28 september 2023 (zie r.o. 2.4.) een gesprek met [naam 1] heeft aangevraagd, mocht Metaalkanjers erop vertrouwen dat haar aanbod met die (algemene) voorwaarden was aanvaard. Dat partijen vervolgens na het gesprek tussen Holga en [naam 1] hebben onderhandeld over de hoogte van bemiddelingsvergoeding en over een voorwaarde dat de bemiddelingsvergoeding wordt gecrediteerd indien [naam 1] binnen één jaar uit dienst treedt, doet aan het voorgaande niet af. Immers, dat Holga zich niet kon vinden in de voorwaarden uit het aanbod van Metaalkanjers, heeft zij pas eerst kenbaar gemaakt nadat de bemiddelingsovereenkomst reeds tot stand was gekomen en hieraan al uitvoering was gegeven door Metaalkanjers middels het tot stand brengen van het gesprek tussen Holga en [naam 1] .
4.4.
Op grond van artikel 1 lid 2 van Pro de algemene voorwaarden van Metaalkanjers, zijn deze algemene voorwaarden van toepassing op alle (opvolgende) overeenkomsten tussen partijen. Daarmee kan de vraag of de e-mail van Metaalkanjers van 26 oktober 2023 kwalificeert als een aanbod tot een geheel nieuwe bemiddelingsovereenkomst – zoals Holga betoogt – of slechts een aanvullend aanbod binnen de vigerende bemiddelingsovereenkomst – zoals Metaalkanjers betoogt – in het midden blijven. In beide gevallen zijn de algemene voorwaarden immers (in beginsel) van toepassing.
4.5.
Holga stelt zich echter op het standpunt dat Metaalkanjers in haar aanbod van 26 oktober 2023 haar algemene voorwaarden ter zijde heeft gelegd. Metaalkanjers betwist dit. Zij stelt daarnaast dat Holga dit aanbod niet heeft aanvaard, zodat de voorwaarden uit die e-mail überhaupt niet gelden tussen partijen. Metaalkanjers wordt in dit laatste niet gevolgd. Uit de e-mail volgt immers dat partijen reeds telefonisch tot overeenstemming waren gekomen. Een (nadere) aanvaarding van het aanbod door Holga naar aanleiding van deze mail was daarom niet meer nodig.
4.6.
Omdat partijen, gelet op het voorgaande, van mening verschillen over de inhoud en de strekking van hetgeen zij op 26 oktober 2023 zijn overeengekomen, moet dit uitgelegd worden. Bij die uitleg komt het niet alleen aan op de taalkundige betekenis van de bewoordingen die bij het maken van de afspraken zijn gebruikt. Daarbij is ook van belang de zin die partijen in de gegeven omstandigheden aan de bewoording redelijkerwijs mochten toekennen en hetgeen partijen daarover redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten. [1]
4.7.
Partijen zijn het erover eens dat de mail van Metaalkanjers volgt op telefonisch contact tussen hen. Vast staat bovendien dat hierbij is gesproken over de hoogte van de bemiddelingsvergoeding en over een voorwaarde dat de bemiddelingsvergoeding aan Holga wordt terugbetaald ingeval [naam 1] binnen één jaar uit dienst treedt. Gesteld noch gebleken is dat eveneens gesproken is over het (geheel) buiten toepassing laten van de algemene voorwaarden van Metaalkanjers. Dat de algemene voorwaarden van Metaalkanjers buiten toepassing zijn gelaten, volgt evenmin uit de bewoordingen van het e-mailbericht. Hierin staat immers slechts dat Metaalkanjers, zoals telefonisch besproken, éénmalig afwijkt van haar voorwaarden, maar niet dat zij (al) haar algemene voorwaarden buiten toepassing laat. In het licht van het daaraan voorafgaande telefonisch contact – waarin dus niet is gesproken over het geheel buiten toepassing laten van de algemene voorwaarden – mocht Holga dit ook redelijkerwijs niet verwachten. Holga wordt daarom niet gevolgd in haar standpunt dat overeengekomen is dat de algemene voorwaarden van Metaalkanjers buiten toepassing worden gelaten.
4.8.
Door Holga is verder in algemene bewoordingen aangevoerd dat, voor het geval de algemene voorwaarden van toepassing zijn, deze in het geheel vernietigbaar zijn op grond van artikel 6:233 aanhef Pro en sub a (onredelijk bezwarend) en sub b (geen redelijke mogelijkheid tot kennisneming van de algemene voorwaarden) van het Burgerlijk Wetboek (BW). Zij heeft haar beroep op artikel 6:233 aanhef Pro en sub a BW echter slechts onderbouwd ten aanzien van het boetebeding (artikel 4 lid Pro 10) en het rente- en buitengerechtelijke incassokostenbeding (artikel 6 lid Pro 4) uit de algemene voorwaarden. Dit verweer zal voor wat betreft deze bedingen hierna, voor zover relevant voor de beoordeling, besproken worden. Voor het overige gaat de rechtbank voorbij aan dit verweer wegens gebrek aan onderbouwing. Het beroep op artikel 6:233 aanhef Pro en sub b BW heeft Holga in het geheel niet onderbouwd. Nu zij voorts niet betwist heeft dat bij de e-mail van Metaalkanjers van 27 september 2023 de algemene voorwaarden als bijlage waren gevoegd, wordt eveneens aan dit verweer voorbijgegaan. Tot slot wordt het betoog dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is (artikel 6:248 lid 2 BW Pro), evenmin gevolgd. Holga legt hieraan – zo begrijpt de rechtbank – de feitelijke gang van zaken tussen partijen en de wijze waarop gecontracteerd is ten grondslag. De rechtbank ziet hierin echter niet zodanige omstandigheden dat de toepasselijkheid van de algemene voorwaarden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.
4.9.
Al het voorgaande leidt tot het oordeel dat tussen partijen een bemiddelingsovereenkomst tot stand is gekomen met de voorwaarden zoals opgenomen in de mail van 26 oktober 2023, aangevuld met de algemene voorwaarden van Metaalkanjers. Tegen deze achtergrond oordeelt de rechtbank over de vorderingen als volgt.
Holga heeft de bemiddelingsvergoeding reeds voldaan
4.10.
Het door Metaalkanjers gevorderde bedrag omvat een bemiddelingsvergoeding van € 12.474,00 exclusief btw (€ 15.093,54 inclusief btw). Zoals hiervoor geoordeeld, zijn partijen de voorwaarden uit de e-mail van 26 oktober 2023 overeengekomen, waaronder een bemiddelingsvergoeding van € 9.979,00 exclusief btw (€ 12.074,59 inclusief btw). Aangezien Holga dit bedrag reeds op 22 mei 2025 heeft voldaan, komt dit deel van de vordering van Metaalkanjers niet voor toewijzing in aanmerking. Hiermee behoeven de overige verweren van Holga ten aanzien van de verschuldigdheid van dit deel van de vordering van Metaalkanjers geen bespreking.
Holga is de contractuele boete verschuldigd
4.11.
Metaalkanjers vordert verder betaling van een contractuele boete van € 49.896,00 op grond van artikel 4 lid 3 jo Pro. lid 10 van haar algemene voorwaarden. Niet in geschil is dat Holga niet binnen vijf dagen na het overeenkomen van de arbeidsovereenkomst met [naam 1] hiervan (schriftelijk) mededeling heeft gedaan aan Metaalkanjers. Daarmee heeft Holga in strijd gehandeld met artikel 4 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden, waardoor zij als uitgangspunt de contractuele boete van artikel 4 lid 10 van Pro de algemene voorwaarden verschuldigd is. De door Metaalkanjers berekende hoogte van de contractuele boete (€ 49.896,00) is niet door Holga betwist, zodat de rechtbank van de juistheid ervan uitgaat. Holga heeft echter verschillende verweren aangevoerd tegen de verschuldigdheid van de contractuele boete. Deze zullen hierna achtereenvolgens besproken worden.
a)
Geen sprake van misbruik van bevoegdheid door Metaalkanjers
4.12.
Holga heeft allereerst aangevoerd dat Metaalkanjers geen recht en belang heeft bij het vorderen van de contractuele boete, althans dat zij het boetebeding misbruikt voor een ander doel dan waarvoor het bedoeld is (artikel 3:13 BW Pro). Volgens haar wijkt Metaalkanjers in de praktijk veelvuldig af van haar voorwaarden, door overtredingen van de algemene voorwaarden aan te grijpen om een nieuw bemiddelingsvoorstel te doen. Daarnaast gebruikt Metaalkanjers de boete om haar kosten of gemiste omzet ten aanzien van niet betrapte overtreders te delgen, ten koste van Holga die de bemiddelingsvergoeding (uiteindelijk) wel heeft betaald. Nu Holga de bemiddelingsvergoeding heeft betaald, heeft Metaalkanjers bovendien geen belang meer bij het vorderen van de contractuele boete.
4.13.
De rechtbank gaat niet mee in dit verweer. Metaalkanjers heeft voldoende gemotiveerd toegelicht dat zij een legitiem (bedrijfs)belang heeft voor het hanteren van de contractuele boete, te weten het voorkomen dat een klant na de introductie van een potentiële kandidaat achter de rug van Metaalkanjers om de kandidaat in dienst neemt en zo de bemiddelingsvergoeding ontloopt (‘backdooring’). De bemiddelingsvergoeding is immers pas verschuldigd bij een succesvolle bemiddeling door Metaalkanjers. Het belang van Metaalkanjers bij het hanteren van de contractuele boete is daarmee voornamelijk gelegen in de aansporingsfunctie van de boete. Dit belang wordt dus niet weggenomen ingeval na ontdekking van een schending van de algemene voorwaarden alsnog de bemiddelingsvergoeding wordt betaald, zoals hier is gebeurd. Ook staat het Metaalkanjers vrij om bij het ontdekken van backdooring gedurende het bemiddelingsproces eerst te proberen met een nieuw voorstel tot betaling van de bemiddelingsvergoeding te komen. Daarmee is nog geen sprake van misbruik van bevoegdheid als bedoeld in artikel 3:13 BW Pro.
b)
Geen sprake van schending van de klachtplicht of rechtsverwerking
4.14.
Holga beroept zich verder op de klachtplicht van artikel 6:89 BW Pro. Ter onderbouwing hiervan heeft Holga aangevoerd dat Metaalkanjers eenvoudig had kunnen controleren of [naam 1] in dienst was getreden bij Holga door navraag te doen bij Holga of door het LinkedIn-profiel van [naam 1] te controleren. Zodoende had Metaalkanjers al in of omstreeks januari 2024 rederlijkwijs kunnen weten dat Holga niet had voldaan aan het bepaalde in artikel 4 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden. Nu Metaalkanjers pas eerst bij haar sommatiebrief van 28 april 2025 (zie r.o. 2.9.) hierover heeft geklaagd, heeft zij haar klachtplicht geschonden, aldus Holga. Metaalkanjers betwist dat zij de klachtplicht uit artikel 6:89 BW Pro geschonden heeft. Volgens haar mits dit wetsartikel bovendien toepassing, omdat Holga niet slechts gebrekkig heeft gepresteerd, maar haar verplichting uit artikel 4 lid 3 van Pro de algemene voorwaarden in zijn geheel niet is nagekomen.
4.15.
In het midden kan blijven of artikel 6:89 BW Pro van toepassing is op de tekortkoming van Holga. Naar het oordeel van de rechtbank is namelijk hoe dan ook geen sprake van een schending van dit artikel. In zijn arrest van 8 februari 2013 [2] heeft de Hoge Raad bepaald dat toepassing van artikel 6:89 BW Pro vraagt om een waardering van belangen door de rechter. Te laat protesteren heeft voor de schuldeiser het ingrijpende rechtsgevolg dat al zijn rechten ter zake van de tekortkoming komen te vervallen. Daarom dient bezien te worden in hoeverre de schuldenaar door het late tijdstip waarop is geprotesteerd concreet in zijn belangen is geschaad, zoals door een benadeling in zijn bewijspositie of een aantasting van zijn mogelijkheden de schadelijke gevolgen van de gestelde tekortkoming te beperken. De enkele omstandigheid dat het lang heeft geduurd voordat is geklaagd, zonder dat daarbij de overige omstandigheden van het geval worden betrokken, zoals de aan- of afwezigheid van nadeel bij de schuldenaar door het tijdsverloop, is volgens de Hoge Raad ontoereikend voor een succesvol beroep op artikel 6:89 BW Pro. In het onderhavige geval ontbreekt iedere stelling omtrent benadeling van Holga vanwege het tijdsverloop tussen het moment waarop Metaalkanjers volgens Holga de schending had behoren te ontdekken en haar sommatiebrief van 28 april 2025. Van enige benadeling van Holga door dit tijdsverloop is evenmin gebleken. Daarnaast is het tijdsverloop van anderhalf jaar niet zodanig lang dat dit, onder deze omstandigheden, op zichzelf een beroep op de schending van de klachtplicht rechtvaardigt.
4.16.
Het beroep op rechtsverwerking van Holga slaagt evenmin. Voor het aannemen van rechtsverwerking is vereist de aanwezigheid van bijzondere omstandigheden als gevolg waarvan hetzij bij de schuldenaar het gerechtvaardigd vertrouwen is gewekt dat de schuldeiser zijn aanspraak niet (meer) geldend zal maken, hetzij de positie van de schuldenaar onredelijk zou worden benadeeld of verzwaard in geval de schuldeiser zijn aanspraak alsnog geldend zou maken. Enkel tijdsverloop of stilzitten van de rechthebbende is onvoldoende. [3] Door Holga zijn, naast het tijdsverloop, onvoldoende feiten of omstandigheden aangedragen om rechtsverwerking aan te nemen.
c)
Geen sprake van schuldeisersverzuim
4.17.
Holga stelt zich verder op het standpunt dat Metaalkanjers in schuldeisersverzuim verkeert door haar toezegging om persoonlijk kennis te maken met Holga niet na te komen en/of geen factuur voor de afgesproken bemiddelingsvergoeding te sturen. Zodoende kan Metaalkanjers geen aanspraak maken op de contractuele boete. Dit verweer baat Holga niet. Van schuldeisersverzuim is, kort gezegd, sprake indien Metaalkanjers de nakoming van een verbintenis door Holga verhindert doordat zij de daartoe noodzakelijke medewerking niet verleent (artikel 6:58 BW Pro). Niet valt in zien hoe het ontbreken van het kennismakingsgesprek en het niet toesturen van een factuur de betaling van de contractuele boete verhindert. Van schuldeisersverzuim is daarom geen sprake.
d)
Boete niet onredelijk bezwarend of in strijd met de openbare orde en goede zeden, wel matiging
4.18.
Holga heeft tot slot aangevoerd dat de contractuele boete onredelijk bezwarend is (artikel 6:233 aanhef Pro en sub a BW) en/of in strijd met de openbare orde en goede zeden is (artikel 3:40 lid 1 BW Pro). Zij stelt dat de contractuele boete onevenredig hoog is in verhouding tot de (vermeend) door Metaalkanjers geleden schade bij een overtreding van de algemene voorwaarden. Daar komt volgens Holga bij dat Metaalkanjers met deze boete ook de schade op haar verhaalt van de niet-betrapte overtreders van backdooring. Het boetebeding is daarom nietig, dan wel vernietigbaar. Voor zover dat niet het geval is, dient de boete gematigd te worden (artikel 6:94 BW Pro), aldus Holga.
4.19.
Zoals hiervoor geoordeeld, heeft Metaalkanjers voldoende gemotiveerd toegelicht dat zij, ter voorkoming van backdooring, een legitiem (bedrijfs)belang heeft bij het hanteren van de contractuele boete. Het staat commerciële partijen als uitgangspunt ook vrij een dergelijke contractuele boete overeen te komen. Dat de boete hoger is dan de schade die Metaalkanjers in een voorkomend geval bij backdooring lijdt, maakt – gelet op de aansporingsfunctie van de boete – nog niet dat deze onredelijk bezwarend is of in strijd met de openbare orde of de goede zeden is. Het bedrag van de boete is weliswaar hoog, maar passend bij het doel. Zodoende wordt geoordeeld dat het boetebeding op zichzelf niet onevenredig bezwarend is, dan wel in strijd met de goede zeden of de openbare orde is.
4.20.
De rechtbank ziet echter in dit concrete geval wel grond voor matiging van de boete op de voet van artikel 6:94 BW Pro. Op grond van dit artikel kan een contractuele boete gematigd worden indien deze in de gegeven omstandigheden tot een buitensporig en daarom onaanvaardbaar resultaat leidt. Hierbij moet rekening gehouden worden met de verhouding tussen de werkelijke schade en de hoogte van de boete, de aard van de overeenkomst, de inhoud en de strekking van het beding en de omstandigheden waaronder het is ingeroepen. In dit kader acht de rechtbank van belang dat Holga op geen moment bij Metaalkanjers heeft aangegeven dat zij [naam 1] niet in dienst zou nemen. Tegelijkertijd heeft Metaalkanjers na 26 oktober 2023 evenmin bij Holga geïnformeerd over de verdere gang van zaken met [naam 1] . Metaalkanjers heeft weliswaar aangevoerd dat [naam 1] haar op enig moment heeft verteld dat hij niet in dienst zou treden bij Holga, maar gesteld noch gebleken is dat Holga hiermee bekend was. Bovendien heeft Holga onweersproken aangevoerd dat [naam 1] op of omstreeks de datum van indiensttreding op zijn openbare LinkedIn-profiel heeft vermeld dat hij sinds januari 2024 in dienst is bij Holga. Al met al kan niet geconcludeerd worden dat Holga welbewust Metaalkanjers heeft willen omzeilen om zo de bemiddelingsvergoeding te ontlopen. Verder heeft Holga nadat zij daartoe werd aangesproken buiten rechte alsnog de bemiddelingsvergoeding betaald, alsmede een bijdrage aan de juridische kosten van Metaalkanjers. Van enige schade aan de zijde van Metaalkanjers is dan ook niet gebleken. Onder deze omstandigheden is de hoogte van het boetebeding van € 49.896,00 zodanig buitensporig dat dit tot een onaanvaardbaar resultaat leidt. De boete zal daarom gematigd worden tot € 25.000,00.
Contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten
4.21.
Metaalkanjers maakt tot slot aanspraak op € 1.250,00 buitengerechtelijke incassokosten en de contractuele rente van 1,5% per maand over het totaal door haar gevorderde bedrag, op grond van artikel 6 lid 4 van Pro haar algemene voorwaarden. Holga stelt dat deze bepaling onredelijk bezwarend is, zodat deze vernietigd dient te worden (artikel 6:233 aanhef Pro en sub a BW). Zij stelt dat het rentepercentage van 1,5% per begonnen maand onevenredig hoog is. De rechtbank volgt haar hierin niet. Weliswaar is de contractuele rente (opgeteld) per jaar hoger dan de wettelijke (handels)rente, maar het staat commerciële partijen, zoals Metaalkanjers en Holga, als uitganspunt vrij een dergelijke hogere rente overeen te komen. Het percentage van 1,5% per maand is voorts in de commerciële context niet dusdanig hoog dat deze onredelijk bezwarend is. Voor wat betreft de buitengerechtelijke incassokosten heeft Holga in zijn geheel nagelaten te onderbouwen waarom deze onredelijk bezwarend zijn, zodat dit verweer gepasseerd wordt. De gevorderde contractuele rente en buitengerechtelijke incassokosten zullen daarom toegewezen worden.
Slotsom
4.22.
Uit het voorgaande volgt dat in totaal het volgende bedrag voor toewijzing in aanmerking komt:
- gematigde contractuele boete
- buitengerechtelijke incassokosten

25.000,00
1.250,00
totaal
26.250,00
4.23.
Partijen staan allebei voor om van het toewijsbare bedrag het door Holga betaalde bedrag van € 2.500,00 af te trekken. Dit leidt ertoe dat een bedrag van € 23.750,00 toegewezen zal worden.
Holga moet de proceskosten van Metaalkanjers betalen
4.24.
Holga is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Metaalkanjers worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
119,40
- griffierecht
2.995,00
- salaris advocaat
2.428,00
(2 punten × € 1.214,00)
- nakosten
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.720,40
4.25.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De rechtbank
5.1.
veroordeelt Holga om aan Metaalkanjers te betalen een bedrag van € 23.750,00, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 1,5% per maand over het toegewezen bedrag, met ingang van 29 mei 2025, tot de dag van volledige betaling,
5.2.
veroordeelt Holga in de proceskosten van € 5.720,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Holga niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt Holga tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
5.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. F.M.C. Boesberg en in het openbaar uitgesproken op
21 januari 2026.
JH/FB

Voetnoten

1.HR 13 maart 1981, ECLI:NL:HR:1981:AG4158 (
2.HR 8 februari 2013, ECLI:NL:HR:2013:BY4600.
3.HR 29 september 1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1827.