Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 27 mei 2026
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
de inspecteur van de belastingdienst, kantoor Arnhem, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
De inspecteur van de Belastingdienst, verder verweerder, heeft de bezwaarprocedure niet op correcte wijze behandeld en het bezwaarschrift ten onrechte ongegrond verklaard.” De rechtbank is van oordeel dat belanghebbende daarmee voldoende gronden heeft aangevoerd om hem ontvankelijk te verklaren in zijn beroep. Er is dus niet gehandeld in strijd met artikel 6:6 van Pro de Awb door belanghebbende niet in de gelegenheid te stellen zijn beroepsgronden aan te vullen. Het stond belanghebbende bovendien vrij om tijdens de procedure zijn gronden aan te vullen.
.Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.