ECLI:NL:GHARL:2021:6740
Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden
- Hoger beroep
- Wijma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging sancties kentekenhouder bij prioriteit andere verkeersovertreding
In hoger beroep tegen beslissingen van de kantonrechter inzake sancties opgelegd op grond van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) werden de beroepen van de betrokkene ongegrond verklaard. De betrokkene werd als kentekenhouder gesanctioneerd voor het niet rechts houden op een autoweg en een snelheidsovertreding van 33 km/u op de Rijksweg A4.
De gemachtigde voerde aan dat de beslissingen ondeugdelijk waren gemotiveerd en dat de sancties ten onrechte aan de kentekenhouder waren opgelegd, omdat de ambtenaren bewust afzagen van staandehouding terwijl dit mogelijk was. Het hof oordeelde dat de motivering van de officier van justitie deugdelijke was en dat de prioriteit die de ambtenaren gaven aan een zwaardere overtreding een geldige reden vormde om af te zien van staandehouding.
Daarnaast werd het verweer verworpen dat niet voldaan zou zijn aan de minimale afstand tussen snelheidsbord en meetlocatie volgens de Aanwijzing meting snelheidsoverschrijdingen. Het hof achtte de afstand van 1087 meter ruim voldoende en verwierp het beroep op de vervallen Aanwijzing.
Het hof bevestigde daarmee de beslissingen van de kantonrechter en wees het verzoek om proceskostenvergoeding af.
Uitkomst: Het gerechtshof bevestigt de beslissingen van de kantonrechter en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.