Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiseres] uit [plaats], eiseres
Dienst Toeslagen
Samenvatting
Procesverloop
10 april 2025 gereageerd dat uit informatie van de IND [1] blijkt dat de verblijfsvergunning van de toeslagpartner van eiseres is ingetrokken met de beschikking van 19 juni 2013. Eiseres heeft daarop gereageerd dat zij niet bekend is met een beschikking waarin de verblijfsvergunning van haar toeslagpartner is ingetrokken.
Beoordeling door de rechtbank
Moet de dienst toetsen of de toeslagpartner een verblijfsrecht had op grond van het Unierecht?
1 april 2003 tot 15 augustus 2023 geen rechtmatig verblijf had in Nederland. Het betoog van eiseres dat haar toeslagpartner nog steeds een vluchtelingenstatus heeft omdat zijn asielvergunning voor onbepaalde tijd niet is ingetrokken toen aan hem het Nederlanderschap is verleend, slaagt namelijk niet. Uit artikel 1C, onder 3, van het Vluchtelingenverdrag volgt dat het verdrag ophoudt van toepassing te zijn op de betrokkene die een nieuwe nationaliteit heeft verkregen en de bescherming geniet van het land waarvan hij de nieuwe nationaliteit bezit. Toen de toeslagpartner op 9 oktober 2002 het Nederlanderschap verkreeg eindigde zijn vluchtelingenstatus en is zijn verblijfstitel als gevolg van de verlening of verkrijging van het Nederlanderschap van rechtswege vervallen. Omdat het Nederlanderschap niet met terugwerkende kracht tot de datum van verlening of verkrijging is ingetrokken en de toeslagpartner in de periode van 9 oktober 2002 tot 1 april 2003 het Nederlanderschap heeft behouden, is geen sprake van een situatie dat zijn rechtmatige verblijfsstatus is herleefd. Op grond van paragraaf 2.9.3. van de Handleiding Rijkswet op het Nederlanderschap 2003 is als gevolg van de verkrijging van het Nederlanderschap de verblijfstitel namelijk van rechtswege vervallen. Dit betekent dat de toeslagpartner na de intrekking van het Nederlanderschap geen verblijfsrecht meer had.
Conclusie en gevolgen
€ 934). Verder is niet gebleken dat er kosten zijn gemaakt die vergoed kunnen worden.
Beslissing
mr.L. Janssen, griffier. Uitgesproken in het openbaar op: