ECLI:NL:RBGEL:2026:304

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
ARN 24/591
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Loonsanctie opgelegd door UWV aan Vivens Begeleiding Arnhem B.V. wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, gedateerd 15 januari 2026, is het beroep van Vivens Begeleiding Arnhem B.V. (eiseres) tegen de loonsanctie opgelegd door het UWV ongegrond verklaard. De rechtbank oordeelt dat de re-integratie-inspanningen van eiseres onvoldoende zijn geweest. Het UWV had op 13 september 2023 besloten dat eiseres het loon van een werkneemster moest doorbetalen tot 23 september 2024, omdat de re-integratie-inspanningen niet adequaat waren. De rechtbank concludeert dat het tweede spoortraject te laat is ingezet en niet goed is vormgegeven. Eiseres had het tweede spoortraject uiterlijk zes weken na de Eerstejaarsevaluatie moeten starten, maar dit gebeurde pas op 13 december 2022. De rechtbank stelt vast dat de arbeidsdeskundige van het UWV terecht heeft geconcludeerd dat er geen bevredigend re-integratieresultaat is behaald. Eiseres heeft onvoldoende gedaan om de werkneemster, ondanks haar ziekte, weer aan het werk te krijgen. De rechtbank legt uit dat de werkgever verantwoordelijk is voor de re-integratie, ook als deze is uitbesteed. Eiseres heeft niet aangetoond dat zij voldoende inspanningen heeft verricht om de werkneemster te re-integreren, en de beroepsgronden van eiseres worden verworpen. De uitspraak benadrukt het belang van adequate re-integratie-inspanningen en de verantwoordelijkheden van werkgevers in dit proces.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/591

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

Vivens Begeleiding Arnhem B.V., uit Arnhem, eiseres

(vertegenwoordigd door: [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2])
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. M.S. Winkel).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[derde-partij]uit [plaats] (werkneemster)
(gemachtigde: mr. J. Aberkrom).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over een loonsanctie die door het UWV aan eiseres is opgelegd. Volgens het UWV heeft eiseres onvoldoende re-integratie-inspanningen verricht. Eiseres is het daar niet mee eens. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV de loonsanctie terecht heeft opgelegd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen en terecht een loonsanctie aan eiseres heeft opgelegd . De re-integratie-inspanningen van eiseres zijn onvoldoende geweest, omdat het tweede spoortraject te laat is ingezet en daarnaast niet adequaat is vormgegeven. Voor dit verzuim bestaat geen deugdelijke grond. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 13 september 2023 heeft het UWV besloten dat eiseres het loon van werkneemster moet doorbetalen (loonsanctie) tot 23 september 2024. Met het bestreden besluit van 19 december 2023 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de vertegenwoordigers van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

3. De rechtbank stelt bij de beoordeling van het beroep voorop dat zij de medische omstandigheden van de zaak niet expliciet kan bespreken, nu werkneemster geen toestemming heeft gegeven om medische gegevens te delen met eiseres.
De totstandkoming van het bestreden besluit
4. Werkneemster was werkzaam bij Vivens Begeleiding Arnhem B.V. (eiseres) in de functie van ambulant begeleider voor gemiddeld 35,73 uur per week. Op 27 september 2021 heeft werkneemster zich ziekgemeld.
4.1.
Op 12 november 2021 heeft de bedrijfsarts een probleemanalyse opgesteld en op 17 november 2021 is een plan van aanpak opgemaakt. Werkneemster is verschillende keren gezien door de bedrijfsarts. Op 20 april 2022 is een voortgangsrapportage opgemaakt. Hieruit volgt dat werkneemster vanwege haar geïntensiveerde behandeling op dat moment niet meer haar eigen werkzaamheden (als ambulant begeleider) verricht. Zij verricht een paar uur per week hand- en spandiensten voor eiseres.
4.2.
Op 7 juli 2022 heeft de bedrijfsarts een belastbaarheidsprofiel opgemaakt waarbij een Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) is opgesteld. Er worden beperkingen aangenomen voor werkneemster in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren. ADEA [1] heeft op 25 oktober 2022 een arbeidsdeskundige rapportage opgemaakt, waarin tot de conclusie is gekomen dat werkneemster op dat moment niet geschikt is te achten voor het eigen werk. Ook is verder onderzoek naar mogelijkheden in het eerste spoortraject op dat moment niet aan de orde. Er zijn bij eiseres immers geen andere functies passend voor werkneemster. ADEA adviseert daarom de inzet van een tweede spoortraject.
4.3.
Tijdens het gesprek met de bedrijfsarts op 8 december 2022 is de belastbaarheid van werkneemster ongewijzigd gebleven. Wel zal werkneemster op korte termijn een intensieve gespecialiseerde behandeling gaan volgen. De bedrijfsarts adviseert daarom om in maart 2023 een nieuw spreekuurafspraak in te plannen met werkneemster, om te beoordelen of de belastbaarheid (na het volgen van de behandeling) is toegenomen.
4.4.
Tijdens de gesprekken met de bedrijfsarts op 23 februari 2023 en 13 april 2023 is er geen verandering opgetreden in de belastbaarheid van werkneemster ten opzichte van het vorige spreekuur. Zij volgt op dat moment wel een medische behandeling. De bedrijfsarts sluit zich aan bij het advies van ADEA, om te richten op de inzet van een tweede spoortraject.
4.5.
V&V Personeelsdiensten [2] heeft op 16 januari 2023 een trajectplan spoor twee opgesteld. De intake met werkneemster heeft plaatsgevonden op 12 januari 2023. Op 1 mei 2023 heeft V&V Personeelsdiensten een voortgangsrapportage uitgebracht.
4.6.
Op 5 juni 2023 is een eindevaluatie opgemaakt door de bedrijfsarts. Daaruit volgt dat de belastbaarheid van werkneemster niet is verbeterd ten opzichte van het belastbaarheidsprofiel (de FML) van 7 juli 2022. De bedrijfsarts concludeert dat er geen mogelijkheden zijn in het eerste spoor. Het tweede spoortraject is volgens deze eindevaluatie ingezet op 13 december 2022.
5. Op 29 juni 2023 heeft werkneemster een uitkering aangevraagd op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Vervolgens heeft het UWV de
re-integratieactiviteiten van eiseres beoordeeld. Met het besluit van 13 september 2023 heeft het UWV aan eiseres een loonsanctie opgelegd en is besloten dat eiseres het loon van werkneemster moet doorbetalen tot 23 september 2024. Aan dit besluit ligt het rapport van een arbeidsdeskundige van het UWV van 13 september 2023 ten grondslag.
5.1.
De arbeidsdeskundige concludeert dat er geen sprake is van een bevredigend
re-integratieresultaat, omdat er geen loonvormend werk is gerealiseerd. Eiseres heeft onvoldoende gedaan om werkneemster, ondanks ziekte, weer aan het werk te krijgen. De arbeidsdeskundige stelt dat het tweede spoortraject te laat is ingezet. Het belastbaarheidsprofiel (de FML) is namelijk opgesteld op 7 juli 2022 en de intake spoor twee heeft pas op 12 januari 2023 plaatsgevonden. De arbeidsdeskundige stelt daarnaast dat het traject niet adequaat is vormgegeven. Het zoekprofiel sluit onvoldoende aan bij het persoonsprofiel. Er is daardoor geen goede focus geweest op potentieel passend werk en er is onvoldoende ondersteuning geboden om de afstand tussen het persoons- en zoekprofiel van werkneemster zo veel mogelijk op te heffen of te verkleinen.
5.2.
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit van het UWV. Vervolgens heeft het UWV het bestreden besluit genomen. Het UWV heeft dit besluit (mede) gebaseerd op het rapport van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep (b&b) van 14 december 2023. Het oordeel van de arbeidsdeskundige b&b wijkt niet af van dat van de (primaire) arbeidsdeskundige.
Het wettelijk kader
6. In artikel 25, negende lid, van de Wet WIA is, kort samengevat, bepaald dat het UWV het tijdvak waarover de werkgever het loon van de werknemer moet doorbetalen gedurende ten hoogste 52 weken verlengt, indien de werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht.
6.1.
Artikel 65 van de Wet WIA bepaalt dat het UWV beoordeelt of de werkgever en de verzekerde in redelijkheid hebben kunnen komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht.
6.2.
In de Beleidsregels beoordelingskader poortwachter (de Beleidsregels) heeft het UWV een inhoudelijk kader neergelegd voor de beoordeling van de vraag of werkgever en werknemer in redelijkheid konden komen tot de re-integratie-inspanningen die zijn verricht. Volgens de Beleidsregels staat bij de beoordeling het bereikte resultaat voorop. Van een bevredigend resultaat is sprake als gekomen is tot een (gedeeltelijke) werkhervatting, die aansluit bij de resterende functionele mogelijkheden van de werknemer. Indien er geen bevredigend re-integratieresultaat bereikt is, maar het UWV de inspanningen van de werkgever op basis van het beoordelingskader wel voldoende acht, wordt geen loonsanctie opgelegd. In de uitspraken van 28 oktober 2009 en 18 november 2009 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) dit beleid niet onredelijk geoordeeld. [3]
6.3.
Daarnaast is de Werkwijzer Poortwachter, versie 1 augustus 2022 (de Werkwijzer) van belang, waarmee het UWV aan werkgevers duidelijkheid probeert te bieden over wat van hen bij de re-integratie van een werknemer wordt verwacht.
Het geschil
7. Niet in geschil is dat de re-integratie-inspanningen van eiseres niet tot een bevredigend re-integratieresultaat hebben geleid en dat daarom kon worden toegekomen aan een beoordeling van de re-integratie-inspanningen. Hierbij is van belang dat het volgens vaste rechtspraak bij re-integratie gaat om een inspanningsverplichting en geen resultaatsverplichting, omdat een positief resultaat op voorhand niet hoeft vast te staan. [4]
7.1.
In geschil is of het UWV heeft kunnen oordelen dat de re-integratie-inspanningen van eiseres onvoldoende zijn geweest, omdat het tweede spoortraject te laat is ingezet en daarnaast niet adequaat is vormgegeven.
Wanneer moest het tweede spoortraject worden ingezet?
8. De Werkwijzer bepaalt dat zodra er geen zicht (meer) bestaat op een structurele hervatting binnen de eigen organisatie, er een adequaat tweede spoortraject moet worden gestart om de hervattingskansen van de arbeidsongeschikte werknemer zo veel mogelijk te vergroten. Een tweede spoortraject moet uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie (in de 52e verzuimweek) worden gestart. [5]
8.1.
Voor zover het UWV zich op het standpunt stelt dat na de vaststelling van de belastbaarheid van werkneemster op 7 juli 2022 direct het tweede spoortraject ingezet had moeten worden, volgt de rechtbank dit niet. Het UWV heeft onvoldoende onderbouwd waarom het tweede spoortraject al in juli 2022 ingezet had moeten worden. In het rapport van de arbeidsdeskundige van 13 september 2023 is op pagina 12 dit standpunt ingenomen, maar niet onderbouwd. Bovendien vermeldt dit rapport op pagina 11 het volgende:
“In oktober 2022 heeft een arbeidsdeskundig onderzoek plaatsgevonden. Met dit onderzoek, de aanvullende informatie van de werkgever en de informatie uit het gesprek met de werknemer vind ik dat voldoende aannemelijk is gemaakt dat er, ondanks de arbeidsmogelijkheden van de werknemer, geen passende mogelijkheden aanwezig zijn binnen spoor 1 die structureel kunnen worden aangeboden. Verder blijkt uit het arbeidsdeskundig onderzoek dat er een tweede spoortraject wordt geadviseerd.”
Hieruit begrijpt de rechtbank dat ook voor de arbeidsdeskundige het arbeidsdeskundig onderzoek door ADEA (neergelegd in het rapport van 25 oktober 2022) van belang was voor de conclusie dat er geen mogelijkheden waren binnen spoor 1 en dat moest worden gestart met een tweede spoortraject. Daarnaast neemt de rechtbank in aanmerking dat in het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 14 december 2023 niet is vermeld dat het tweede spoortraject al gestart had moeten worden in juli 2022. Op pagina 2 van dit rapport is ook vermeld dat een tweede spoortraject uiterlijk binnen zes weken na de Eerstejaarsevaluatie (in de 52e verzuimweek) moet worden gestart.
8.2.
Bovenstaande in overweging nemend, is de rechtbank van oordeel dat gestart had moeten worden met het tweede spoortraject zes weken na de Eerstejaarsevaluatie. De Eerstejaarsevaluatie vond plaats op 20 september 2022.
Is het tweede spoortraject adequaat ingezet?
Wat is adequaat?
9. Om als adequaat te kunnen worden beschouwd, moet volgens de Werkwijzer het tweede spoortraject bestaan uit een logisch samenhangende reeks van elkaar opvolgende, flankerende en/of overlappende activiteiten die de afstand tussen de tevoren vastgestelde uitgangspositie van de arbeidsongeschikte werknemer (het persoonsprofiel) en het vooraf bepaalde einddoel (het zoekprofiel), gericht op een structurele verwerving van een geschikte functie buiten de eigen onderneming, via de kortst mogelijke route, zo snel en zo veel mogelijk opheft of verkleint en die, om adequaat te blijven, direct wordt gewijzigd als de situatie daartoe aanleiding geeft. [6]
Persoonsprofiel
9.1.
Het persoonsprofiel is een weergave van een inventarisatie van de reeds opgedane arbeidservaring, de genoten scholing en gevolgde cursussen, de ambities, wensen en preferenties, belemmeringen en beperkingen alsmede de persoonsgebonden kenmerken van de arbeidsongeschikte werknemer. Het persoonsprofiel vormt de uitgangspositie van de arbeidsongeschikte werknemer ten aanzien van zijn mogelijkheden om arbeid te vinden, te verkrijgen en te behouden. [7]
Zoekprofiel
9.2.
Het zoekprofiel is de weergave van een inventarisatie van de arbeids-, verwervings- en hervattingsmogelijkheden op de huidige arbeidsmarkt, gelet op de uit het persoonsprofiel af te leiden arbeidsmogelijkheden van de werknemer, een opsomming van branches, functies en/of werkzaamheden waarbinnen en waarnaar met de meeste kans op succes dient te worden gezocht. [8]
10. Op 16 januari 2023 is door V&V Personeelsdiensten het trajectplan spoor twee vastgesteld, waarbij een persoons- en zoekprofiel zijn opgesteld. Op 1 mei 2023 is de voortgangsrapportage door V&V Personeelsdiensten vastgesteld, waarbij een talentenanalyse en een beroepsinteressetest door werkneemster zijn gemaakt. Uit deze voortgangsrapportage volgt dat werkneemster wil terugkeren in het eigen werk. Een zoekrichting spoor twee is door haar lastig concreet aan te geven. Functies die zij zelf interessant vindt, worden in de rapportage beschreven, maar worden vanwege haar beperkingen niet passend geacht.
Ook vermeldt de voortgangsrapportage over de functies ‘medewerker vroegsignalering’, ‘werkbegeleider formulierenbrigade’, ‘beoordelaar zorg WLZ, CIZ’ en ‘sociaal raadsman/vrouw’ dat werkneemster twijfelt of ze deze functies leuk vindt, omdat het (voornamelijk) administratieve functies betreft. Over de functie ‘vrijwilligerscoördinator’ vermeldt de voortgangsrapportage dat werkneemster niet weet of zij dit leuk en passend vindt.
In de voortgangsrapportage staat ook vermeld dat vrijwilligerswerk is benoemd als eerste opstap om de belastbaarheid van werkneemster weer te vergroten en arbeidsritme op te doen. Werkneemster heeft hierover aangegeven dat zij zich afvraagt welk doel dit dient. Vervolgens is een werkervaringsplek geopperd.
Ook vermeldt de rapportage dat de behandeling van werkneemster en haar bijkomende sociale omstandigheden de situatie bemoeilijken.
10.1.
Bij mail van 12 september 2023 heeft V&V Personeelsdiensten gereageerd op vragen, die door het UWV aan eiseres waren gesteld. Uit deze reactie volgt onder meer dat werkneemster tijdens het intakegesprek op 12 januari 2023 heeft aangegeven dat zij graag in haar eigen werkomgeving wil terugkeren. Met werkneemster zijn verschillende zoekrichtingen besproken zoals productiewerk en administratief werk, aangezien daar meer mogelijkheden zijn om te kunnen aansluiten bij de vastgestelde beperkingen. Werkneemster heeft hierover aangegeven dat productiewerk geen optie is, omdat ze daar niet gelukkig van wordt en omdat ze meer kan. Over administratief werk heeft zij aangegeven dat zij hierin geen uitdaging ziet. In afstemming met de arbodienst en werkgever is destijds door V&V Personeelsdiensten geen druk op de ketel gezet om spanningen, stress en daarmee terugval te voorkomen.
In afstemming met de ambulant begeleider en werkneemster is toen besloten dat V&V Personeelsdiensten op zoek zou gaan naar vacatures en deze zou voorleggen aan werkneemster. Ook zou werkneemster zelf op zoek gaan naar vacatures die haar passend leken. Er was vervolgens sprake van een grote discrepantie, omdat de door V&V Personeelsdiensten aangedragen vacatures werkneemster niet aanspraken. De vacatures die werkneemster aandroeg, sloten niet aan bij de door de bedrijfsarts opgestelde belastbaarheid (de FML) van 7 juli 2022. Wederom is door V&V Personeelsdiensten geen druk uitgeoefend om te solliciteren op vacatures die naar diens mening passend waren, maar die werkneemster niet interessant vond. Dit zou naar de mening van V&V Personeelsdiensten kunnen leiden tot een terugval in haar belastbaarheid.
10.2.
De arbeidsdeskundige b&b heeft in het rapport van 14 december 2023 toegelicht dat het zoekprofiel het einddoel is, gericht op een structurele werkhervatting in een geschikte functie buiten de eigen organisatie via de kortst mogelijke route. Het zoekprofiel bestaat uiteindelijk uit een beredeneerde opsomming of omschrijving van branches, functies en/of werkzaamheden, waarbinnen en waarnaar met de meeste kans op succes wordt gezocht. Werkneemster heeft vacatures aangedragen, maar die waren niet in overeenstemming met haar belastbaarheid. Er is door V&V Personeelsdiensten gerapporteerd dat de door werkneemster gevonden vacatures een zoekrichting en een beeld gaven van haar interesses. Dat is echter niet de achtergrond van een op te stellen zoekprofiel. Er wordt in de voortgangsrapportage alleen maar aangegeven dat de functies en zoekrichting, aangegeven door werkneemster, niet af te stemmen zijn op de vastgestelde beperkingen. Het zoekprofiel dat aansluit bij de belastbaarheid zoals is vastgesteld door de bedrijfsarts in een geschikte functie is niet beschreven. Daarmee is het einddoel onduidelijk. Ook de termijn waarop een mogelijk resultaat behaald kan worden is niet aangegeven. Het persoonsprofiel en zoekprofiel zijn daarmee niet goed op elkaar afgestemd, aldus de arbeidsdeskundige b&b.
10.3.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft de arbeidsdeskundige b&b hiermee inzichtelijk gemaakt dat het opgestelde zoekprofiel niet adequaat was, omdat het niet aansloot op het persoonsprofiel, waardoor mogelijk re-integratiekansen zijn gemist. In de voortgangsrapportage van 1 mei 2023 en de mail van V&V Personeelsdiensten van 12 september 2023 komt veelvuldig naar voren dat te veel is aangesloten bij de wensen en voorkeuren van werkneemster en dat onvoldoende is aangesloten bij de door de bedrijfsarts vastgestelde beperkingen.
Is er sprake van een deugdelijke grond?
11. Eiseres heeft allereerst aangevoerd dat zij niet eerder kon starten met het tweede spoortraject, omdat zij in afwachting was van het arbeidsdeskundig onderzoek door ADEA. De rapportage werd pas beschikbaar op 25 oktober 2022.
11.1.
Zoals onder 8.2 overwogen, had gestart moeten worden met het tweede spoortraject zes weken na de Eerstejaarsevaluatie (die plaatsvond op 20 september 2022).
11.2.
De (primaire) arbeidsdeskundige heeft in het rapport van 13 september 2023 toegelicht dat de werkgever te allen tijde verantwoordelijk is voor de verzuimbegeleiding. Tijdens de zitting heeft het UWV daaraan toegevoegd dat dit ook geldt, wanneer de verzuimbegeleiding bij een ander wordt belegd. De rechtbank kan dit standpunt volgen. Eiseres had dus binnen zes weken na 20 september 2022 het tweede spoortraject moeten inzetten.
Daarnaast merkt de rechtbank nog op dat 25 oktober 2022 (de dag dat de rapportage van ADEA beschikbaar werd) valt binnen de periode van zes weken na de Eerstejaarsevaluatie, zodat ook niet valt in te zien waarom niet tijdig gestart kon worden met het tweede spoortraject. Dit is immers pas gestart op 13 december 2022. De beroepsgrond slaagt niet.
12. Eiseres heeft zich daarnaast op het standpunt gesteld dat zij rekening heeft gehouden met de kwetsbare positie en de beperkte belastbaarheid van werkneemster. Zij heeft veel gedaan om werkneemster te re-integreren, echter bleek niet al het werk passend bij de door de bedrijfsarts opgestelde belastbaarheid (de FML), of bleek het niet de interesse te hebben van werkneemster.
12.1.
Op 7 juli 2022 is door de bedrijfsarts de belastbaarheid van eiseres vastgelegd in een FML. Deze is van kracht gebleven tot 5 juni 2023. Het is de rechtbank niet gebleken dat eiseres bij de bedrijfsarts heeft aangegeven dat zij de FML niet passend vond en/of heeft gevraagd om tot een eventuele aanpassing van de FML te komen.
Eiseres heeft ter zitting gesteld dat de FML weliswaar op papier passend was bij de (op dat moment geldende) beperkingen van werkneemster, maar dat in de praktijk te veel van haar werd gevraagd, gelet op haar psychische problematiek. Eiseres heeft gewezen op de uitspraak van de rechtbank Oost-Brabant van 14 mei 2025 [9] en aangegeven dat zij op basis van deze uitspraak niet gehouden was om een deskundigenoordeel aan te vragen en mocht uitgaan van de FML van 7 juli 2022.
De rechtbank kan het standpunt van eiseres – dat zij mocht uitgaan van de FML – volgen, en merkt in dit kader op dat dit bevestigt dat eiseres de FML van 7 juli 2022 passend vond. Dit betekent dat die FML het uitgangspunt vormde voor de re-integratie. Dat eiseres vanwege de psychische kwetsbaarheid van werkneemster desondanks zoveel mogelijk wilde aansluiten bij haar wensen en interesses, biedt naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen deugdelijke grond voor het niet verrichten van voldoende re-integratie-inspanningen. De rechtbank merkt daarbij op dat van een werkgever mag worden verwacht dat, als een werknemer niet (voldoende) wil meewerken aan re-integratie, passende maatregelen worden getroffen om de werknemer te dwingen om mee te werken. [10] De beroepsgrond slaagt niet.

Conclusie en gevolgen

13. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Kouwen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.ADEA is een bedrijf dat zich onder andere richt op het geven van (onafhankelijk) arbeidsdeskundig advies.
2.V&V Personeelsdiensten is een bedrijf dat zich richt op re-integratie in zowel het eerste, als het tweede spoor.
3.Zie bijvoorbeeld de uitspraken van de CRvB van 28 oktober 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK1570 en 18 november 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BK3717.
4.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 15 augustus 2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX5807.
5.Paragraaf 4.3.1 van de Werkwijzer.
6.Pagina 39 van de Werkwijzer.
7.Pagina 39 van de Werkwijzer.
8.Pagina 40 van de Werkwijzer.
10.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de CRvB van 29 januari 2014, ECLI:NL:CRVB:2014:221.