Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 10 april 2026
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
- ten onrechte is geoordeeld dat sprake is van een voldoende spoedeisend belang;
- ten onrechte is geoordeeld dat de zaak geschikt is voor een kort geding;
- ten onrechte is geoordeeld dat belanghebbende medewerking aan de verkoop van de woning moet verlenen;
- ten onrechte is vervangende toestemming aan de ex-partner verleend om tot verkoop van de woning over te gaan;
- ten onrechte is belanghebbende veroordeeld tot verschillende onduidelijke doen en nalatens;
- de ex-partner kan ontslagen worden uit haar aansprakelijkheid voor de hypothecaire geldleningen en haar aandeel in de woning kan worden overdragen aan belanghebbende (de eis in reconventie).
“PARTIËLE VERDELING
rechtbank:belanghebbende en de ex-partner] een gemeenschap ten aanzien van de hierna te omschrijven Registergoederen.
Overeenkomst, waarvan een afdruk aan deze akte zal worden gehecht (
Bijlage 2).
Peildatum.
Ambt-Doetinchem, sectie
[sectie], nummer
[nummer 1]ter grootte van vijf are en negentig centiare (5 a 90 ca), en;
Ambt-Doetinchem, sectie
[sectie], nummer
[nummer 2]ter grootte van vierendertig are en zestig centiare (34 a 60 ca),
Registergoederen, volgens de verklaring van Partijen met een waarde van zeshonderd veertigduizend euro (€ 640.000,00).
rechtbank:belanghebbende] en die bij dezen aanvaardt:
rechtbank:de ex-partner] vrijwarend ter zake van iedere aanmaning.
,die de Registergoederen bij dezen aanvaardt.
Uitbetaling van de overbedelingsvordering zal eerst plaatsvinden, zodra mij, notaris, uit onderzoek bij vermelde openbare registers is gebleken, dat deze levering is geschied zonder inschrijvingen die bij het verlijden van de akte van partiële verdeling niet bekend waren. (…)”