ECLI:NL:RBGEL:2026:275

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
AWB-24_2505
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beëindiging van het recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet en de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, enkelvoudige kamer, wordt het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar recht op ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) per 5 november 2023 behandeld. Eiseres is het niet eens met de beslissing van het UWV en heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd. De rechtbank beoordeelt of het UWV terecht heeft besloten dat eiseres meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen, wat de basis vormt voor de beëindiging van de ZW-uitkering. De rechtbank komt tot de conclusie dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen en verklaart het beroep ongegrond. De uitspraak is opgebouwd uit een procesverloop, relevante feiten en omstandigheden, en de beoordeling door de rechtbank. Eiseres heeft in bezwaar en beroep haar standpunten toegelicht, maar de rechtbank oordeelt dat de verzekeringsartsen op overtuigende wijze hebben aangetoond dat eiseres op de datum in geding niet meer beperkingen heeft dan vastgelegd in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML). De rechtbank wijst het verzoek om een medisch deskundige te benoemen af, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd. Eiseres krijgt geen gelijk en het griffierecht wordt niet teruggegeven.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/2505

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres] uit [plaats], eiseres

(gemachtigde: mr. E.W.J.M. Janssens),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: A. van Klaveren).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de beëindiging van het recht van eiseres op ziekengeld op grond van de Ziektewet (ZW) per 5 november 2023 (de datum in geding). Eiseres is het niet eens met deze beëindiging. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of het UWV het recht van eiseres op ziekengeld terecht heeft beëindigd.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
1.2.
De uitspraak is als volgt opgebouwd. Onder 2 staat het procesverloop in deze zaak. Onder 3 staan de van belang zijnde feiten en omstandigheden die hebben geleid tot het bestreden besluit. De beoordeling door de rechtbank volgt vanaf 4. Aan het eind staan de beslissing van de rechtbank en de gevolgen daarvan.

Procesverloop

2. Met het besluit van 4 oktober 2023 heeft het UWV besloten dat het recht van eiseres op ziekengeld per 5 november 2023 wordt beëindigd. Eiseres kan namelijk meer dan 65% verdienen van het loon dat zij verdiende voordat zij ziek werd. Met het bestreden besluit van 11 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift, een reactie van de verzekeringsarts bezwaar & beroep (b&b) en een reactie van de arbeidsdeskundige b&b.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 9 december 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.

Beoordeling door de rechtbank

Totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres heeft voor het laatst gewerkt als verzorgende IG in opleiding bij STMG B.V. voor gemiddeld 25 uur per week. Per 21 maart 2022 heeft eiseres zich ziek gemeld met psychische en lichamelijke klachten. Per 31 juli 2022 is haar dienstverband beëindigd. Aansluitend ontving eiseres ziekengeld op grond van de ZW.
3.1.
In het kader van de Eerstejaars Ziektewetbeoordeling (EZWb) wordt eiseres op 31 juli 2023 gezien door een verzekeringsarts van het UWV. De verzekeringsarts heeft zijn bevindingen vastgelegd in het rapport van 1 augustus 2023. Daarna heeft eiseres telefonisch gesproken met de arbeidsdeskundige van het UWV. De arbeidsdeskundige heeft zijn conclusies vastgelegd in het rapport van 3 oktober 2023. Uit deze rapporten van de verzekeringsarts en de arbeidsdeskundige volgt dat eiseres meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen. Daarom heeft het UWV de ZW-uitkering met ingang van 5 november 2023 beëindigd.
3.2.
Eiseres heeft tegen de beëindiging van haar ZW-uitkering bezwaar gemaakt. Met het bestreden besluit van 11 maart 2024 heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. In bezwaar heeft een medische en arbeidsdeskundige heroverweging plaatsgevonden. De verzekeringsarts b&b heeft geen aanleiding gezien om de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) aan te passen. Deze conclusie heeft de verzekeringsarts b&b vastgelegd in zijn rapport van 27 februari 2024. De arbeidsdeskundige b&b heeft in zijn rapport van 4 maart 2024 geconcludeerd dat enkele van de door de arbeidsdeskundige geduide functies niet actueel zijn op 1 augustus 2023. De arbeidsdeskundige b&b heeft daarom opnieuw het Claimbeoordelings- en Borgeringssysteem (CBBS) geraadpleegd en passende voorbeeldfuncties geselecteerd die in lijn liggen met de door de arbeidsdeskundige geselecteerde voorbeeldfuncties. Het gaat dan om de functies Productiemedewerker textiel, geen kleding (sbs-code 272043), Administratief ondersteunend medewerker (sbs-code 315100) en Medewerker beddenreiniging (sbs-code 11112). Eiseres kan hiermee meer dan 65% verdienen van het loon dat zij verdiende voordat ze ziek werd. De beëindiging van de ZW-uitkering blijft daarom in stand.
Beperkingen voor arbeid
4. Eiseres stelt zich allereerst op het standpunt dat zij beperkter is in haar functionele mogelijkheden dan door de verzekeringsartsen is aangenomen. Er is namelijk sinds het onderzoek door de verzekeringsarts van 31 juli 2023 sprake van toegenomen psychische klachten vanwege de automutilatie van haar jongste kind en het overlijden van de moeder van haar ex-partner. Eiseres scoort daarnaast sterk verhoogd op depressie en distress. Ter onderbouwing hiervan verwijst eiseres naar de notitie van 22 augustus 2023 in het huisartsjournaal dat zij in bezwaar heeft overgelegd
.Deze toegenomen psychische klachten hadden bovendien tot meer beperkingen moeten leiden in haar persoonlijk en sociaal functioneren. Op de zitting heeft eiseres toegelicht dat zij samen met haar gemachtigde het CBBS is langsgelopen en dat zij van mening zijn dat zij ook geen afleiding door activiteiten van anderen aankan (item 1.8.1), een voorspelbare werksituatie nodig heeft (item 1.8.2) en een werksituatie zonder veelvuldige storingen en onderbrekingen (item 1.8.3). Ook zou eiseres beperkt moeten worden geacht in het hanteren van emotionele problemen van anderen (item 2.6), het omgaan met conflicten (item 2.8) en samenwerken (item 2.9).
Verder vindt eiseres dat de verzekeringsarts zonder goede reden de duurbelastbaarheid van 4 uur per dag heeft opgerekt naar 5 uur per dag. Tijdens de zitting heeft eiseres aangegeven dat de verzekeringsarts deze duurbelastbaarheid zou hebben opgerekt na overleg met de arbeidsdeskundige. Bovendien heeft de verzekeringsarts b&b geen rekening gehouden met de gevolgen van haar migraineklachten bij het vaststellen van de urenbeperking. Uit de brief van 31 oktober 2022 van de neuroloog van eiseres volgt namelijk dat haar wekelijks voorkomende hoofdpijnaanvallen tot drie dagen kunnen duren. Hieruit zou geconcludeerd moeten worden dat zij gemiddeld 2 uur per dag, maar zeker niet meer dan 4 uur per week beschikbaar is.
4.1.
De rechtbank oordeelt dat de verzekeringsartsen op inzichtelijke wijze en overtuigend hebben toegelicht dat eiseres op de datum in geding niet meer beperkingen heeft, dan de beperkingen zoals die zijn vastgelegd in de FML van 1 augustus 2023. De verzekeringsartsen hebben hun conclusies gebaseerd op dossierstudie, waaronder informatie van de behandeld sector, en de eigen bevindingen van de verzekeringsarts uit psychisch onderzoek.
Wat betreft de gestelde toegenomen klachten heeft de verzekeringsarts b&b geconcludeerd dat uit het huisartsenjournaal niet blijkt dat de medische situatie van eiseres na het onderzoek door de verzekeringsarts in augustus 2023 is verslechterd. Uit dit huisartsenjournaal blijkt namelijk dat eiseres op 19 september 2023 heeft laten weten een stijgende lijn te ervaren. Ze ervaart minder onrust in haar hoofd en ze heeft de knop gevonden om er weer voor te gaan. De rechtbank kan deze conclusie van de verzekeringsarts b&b volgen. Eiseres heeft haar standpunt dat sprake is van toegenomen psychische klachten ook niet onderbouwd met andere medische stukken, zoals een doorverwijzing naar een psycholoog.
De rechtbank volgt daarom evenmin het standpunt van eiseres dat vanwege deze toegenomen klachten aanvullende beperkingen voor arbeid aangenomen hadden moeten worden. Dat eiseres zich niet herkent in de conclusies van de verzekeringsartsen maakt het oordeel niet anders. Hoewel de rechtbank begrip heeft voor de beleving van eiseres van haar klachten, betekent het hebben van klachten nog niet dat er ook (ernstigere) beperkingen voor arbeid moeten worden aangenomen in de FML. De beleving van klachten is volgens vaste rechtspraak namelijk niet beslissend bij de beantwoording van de vraag welke beperkingen bij eiseres zijn vast te stellen. [1] Alleen de medisch te objectiveren beperkingen zijn daarbij van belang.
Wat betreft de urenbeperking oordeelt de rechtbank allereerst dat zij eiseres niet volgt in haar standpunt dat de verzekeringsarts de urenbeperking van 4 uur per dag zonder reden, en pas na overleg met de arbeidsdeskundige, zou hebben opgerekt naar 5 uur per dag. In de FML is namelijk door de verzekeringsarts bij het item 6.2 Uren per dag vermeld dat eiseres maximaal 4-5 uur per dag kan werken. Verder ziet de rechtbank ook geen aanleiding om eiseres te volgen in haar standpunt dat de verzekeringsartsen vanwege haar migraineklachten een verdergaande urenbeperking hadden moeten opleggen. Uit het rapport van de verzekeringsartsen volgt dat de brief van de neuroloog is betrokken en dat is overwogen dat de medische en psychisch sociale problemen van eiseres als belastend beschouwd kunnen worden. De verzekeringsarts b&b heeft in bezwaar toegelicht dat hij in het dagverhaal of de stoornissen van eiseres reden ziet om haar te beperkingen voor duurbelasting, maar dat dit al door de verzekeringsarts is onderkend. De verzekeringsarts b&b ziet geen reden om gelet op haar dagverhaal of stoornissen een verdergaande urenbeperking toe te kennen. De verzekeringsarts b&b in beroep heeft bovendien toegelicht dat uit de brief van de neuroloog niet volgt dat eiseres tijdens haar hoofdpijnaanvallen niet beschikbaar is voor arbeid. De rechtbank kan de verzekeringsartsen in deze conclusie volgen. Eiseres heeft geen medische stukken ingebracht waaruit blijkt dat zij vanwege haar migraine drie dagen lang in het geheel niet is in staat is om te functioneren.
4.2.
De rechtbank ziet geen aanleiding om een medisch deskundige te benoemen. Het medisch onderzoek is zorgvuldig uitgevoerd en de verzekeringsartsen hebben hun conclusies op overtuigende wijze toegelicht. Volgens de rechtbank verkeert eiseres niet in bewijsnood. Eiseres heeft in deze beroepsprocedure namelijk verschillende mogelijkheden gehad om het standpunt van de verzekeringsartsen te betwisten. Zij heeft hiervan ook gebruik gemaakt, onder meer door informatie van bijvoorbeeld haar huisarts in te brengen. De rechtbank wijst het verzoek om een medisch deskundige te benoemen dan ook af.
4.3.
Eiseres moet op de datum in geding daarom in staat worden geacht arbeid te verrichten die past bij de voor haar vastgestelde medische belastbaarheid, zoals verwoord in de FML.
Arbeidsdeskundig onderzoek
5. Eiseres stelt zich verder op het standpunt dat de functies van Productiemedewerker industrie (sbs-code 111180) en Medewerker tuinbouw (sbs-code 111010) niet passend zijn. De functie Productiemedewerker industrie is niet passend omdat ze in deze functie moet werken met een soldeerbout. Dit terwijl zij beperkt is op het item 1.8.6 Werk zonder verhoogd persoonlijk risico omdat zij niet kan werken met onbeschermde gevaarlijke open apparatuur. De functie Medewerker tuinbouw is ook ongeschikt. In deze functie is namelijk sprake van een overschrijding van haar belastbaarheid op het item 1.8.5 werk zonder hoog handelingstempo.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. Zoals hierboven is overwogen kan uitgegaan worden van de juistheid van de FML. Op grond van deze FML heeft de arbeidsdeskundige b&b drie functies geduid. Tegen deze drie geduide functies heeft eiseres geen beroepsgronden aangevoerd. Het bestreden besluit berust dus op een voldoende arbeidsdeskundige grondslag. De passendheid van de reservefuncties hoeft daarom niet door de rechtbank besproken te worden. De rechtbank verwijst in dat kader naar de uitspraken van 30 april 2025 en 24 september 2025 van de Centrale Raad van Beroep. [2]

Conclusie en gevolgen

6. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in aanwezigheid van mr. V. Bouman, griffier. Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) van 15 september 2017, ECLI:NL:CRVB:2017:3214.
2.Zie ECLI:NL:CRVB:2025:673, r.o. 4.5 en ECLI:NL:CRVB:2025:1408, r.o. 5.12