Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
- de ‘
verpandingsakte’ van 11 juli 2008 waarin ABC zich jegens ATI heeft verbonden om op verzoek van ATI in termijnen een totaalbedrag van maximaal € 3.000.000,00 te investeren. Daarbij is bepaald dat ABC een aantal onroerende zaken (waaronder de twee appartementen) aan ATI ‘verpandt’ tot zekerheid van de toegezegde lening/investering;
- de ‘
koopoptie van aandelen ATI (aanvullende voorwaarden bij de verpandingsakte van 11 juli 2008’ waarin [bestuurder ATI] in privé aan ABC het recht geeft om in totaal 30 aandelen van [bestuurder ATI] in ATI over te nemen voor € 1,00 zodra ABC de totale som van € 3.000.000,00 aan ATI als geldlener ter beschikking heeft gesteld.
[betrokkenen] (hierna: [betrokkenen] ). Kort gezegd had [betrokkenen] zijn boerderij op 20 mei 2008 aan ABC verkocht met een beoogde leverdatum 31 december 2008 en heeft ABC die boerderij niet afgenomen.
onmogelijk[is]
op korte termijn aan onze verplichtingen te kunnen voldoen. Zakelijk gezien weten wij dat een executie boven ons hoofd hangt’
.
ernstige redenen waren om te vermoeden dat de opgave van de vordering van de eerste hypotheekhouder[ATI, toevoeging rechtbank]
onjuist is’ en ‘
in het traject van de (voorbereiding van de) executieveiling door mij[de notaris, toevoeging rechtbank]
signalen[zijn, toevoeging rechtbank]
opgevangen van (onder andere beslaglegger [betrokkenen] ) dat ATI en ABC onder één hoedje zouden spelen en deze veiling mogelijk opgezet zou zijn om de registergoederen vrij van hypotheken onder te kunnen brengen in een andere rechtspersoon. Door ATI (of een verbonden persoon) zou dan meegeboden worden op de veiling en aan deze koper zou dan worden gegund. Hiermee heb ik de hypotheekhouder vóór de veiling geconfronteerd doch deze heeft dit ten stelligste van de hand gewezen.’.
Bij beslissing van 13 december 2011 heeft de rechtbank Roermond het verzoek om goedkeuring afgewezen.
4.De beoordeling
allebij de rechtshandeling betrokken partijen. Verder rust op grond van artikel 21 Wna Pro (eerste lid) op een notaris een ministerieplicht om zijn medewerking aan de gevraagde rechtshandeling, in dit geval de door de hypotheekhouder (ATI) gevraagde executieveiling, te verlenen tenzij (tweede lid) naar zijn redelijke overtuiging of vermoeden de werkzaamheid die van hem verlangd wordt, leidt tot strijd met het recht of de openbare orde, wanneer zijn medewerking wordt verlangd bij handelingen die kennelijk een ongeoorloofd doel of gevolg hebben of wanneer hij andere gegronde redenen voor weigering heeft. Daarbij wordt van hem geen diepgaand feitenonderzoek verlangd; hij dient zijn onderzoek te verrichten op basis van informatie die hem door partijen wordt verschaft of hem anderszins ter beschikking staat. [3]
zonderexecutoriale titel kan overgaan tot verkoop van het verhypothekeerde goed als een schuldenaar in verzuim is. De vraag is of de notaris er in 2011 van uit mocht gaan dat dit het geval was.
zonderexecutoriale titel overgaan tot verkoop van het verhypothekeerde. De hypotheekakte bevatte op dat moment dus een geldige titel voor het uitwinnen van de hypotheek. Daarom is niet relevant of het vonnis van het Belgisch gerecht in Tongeren van een exequator was voorzien en evenmin of in de hypotheekakte is opgenomen dat de vordering opeisbaar wordt ingeval van executoriaal beslag door een derde. En ATI kon - anders dan ABC betoogt [7] - in 2011 de executie van [betrokkenen] rechtsgeldig overnemen op grond van artikel 509 Rv Pro reeds omdat ATI uit hoofde van haar hypotheekrecht vanwege het verzuim van ABC in 2011 bevoegd was tot executoriale verkoop. De omstandigheid dat het hof ’s-Hertogenbosch in een arrest van 1 december 2020 uiteindelijk heeft geoordeeld dat de hypotheekakte wegens een ongeldige titel nooit is gevestigd, maakt evenmin dat de notaris in 2011 op basis van die hypotheekakte medewerking aan de executieveiling had moeten weigeren. Zoals ABC zelf terecht opmerkt [8] had de notaris van dergelijk latere informatie ten tijde van de veiling geen weet.