ECLI:NL:RBGEL:2026:2094
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen vaststelling nihil tegemoetkoming NOW-4 zesde tranche
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid waarbij de definitieve tegemoetkoming op grond van de NOW-4, zesde tranche, werd vastgesteld op nihil vanwege een omzetdaling van minder dan 20%.
De rechtbank oordeelt dat de minister in redelijkheid tot deze vaststelling heeft kunnen komen. De omzetdaling is vastgesteld op 6%, waarbij de minister het toerekeningsbeginsel toepaste om baten over de juiste perioden toe te rekenen, conform de NOW-4 regeling en de Richtlijnen voor de Jaarverslaglegging. Eiseres betwistte deze berekening, maar kon haar stellingen onvoldoende onderbouwen.
Verder is vastgesteld dat de minister niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank heeft verstrekt, wat een schending is van artikel 8:42, eerste lid, van de Awb. Dit leidt tot vergoeding van het griffierecht aan eiseres. De overschrijding van de beslistermijn door de minister leidt niet tot niet-ontvankelijkheid of toekenning van de subsidie. De belangenafweging van de minister om het voorschot terug te vorderen is gerechtvaardigd en het motiveringsgebrek wordt met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro gepasseerd.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar de minister moet het griffierecht van €371,- aan eiseres vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van de definitieve tegemoetkoming NOW-4 zesde tranche op nihil wordt ongegrond verklaard, met vergoeding van het griffierecht aan eiseres.