Uitspraak
1.De inhoud van de vordering
2.De procedure
- Conclusie van eis van het openbaar ministerie van 29 augustus 2025.
- Een door de verdediging opgestelde tegenberekening met vijf bijlagen, ingekomen op 6 oktober 2025.
- Conclusie van repliek van het openbaar ministerie van 6 november 2025, met als bijlage een reactie op de tegenberekening met vier bijlagen.
- Conclusie van antwoord van de verdediging van 3 oktober 2025, ingekomen op
- Aanvullende conclusie van repliek van het openbaar ministerie van 20 november 2025 (inzake onder meer de ontneming ten aanzien van veroordeelde), met bijlagen.
- Conclusie van dupliek van de verdediging van 12 december 2025.
3.De beoordeling van de vordering
Het standpunt van de verdediging ten aanzien van deze kwekerij
De beoordeling door de rechtbank
“omdat er twee tot drie weken verschil zat tussen de eerste ruimte, tweede ruimte etcetera. Als je knipt moet je tijd hebben om te drogen. En de grond moet bewerkt worden. De tijd tussen oogsten en opnieuw planten verschilt. Dit hangt af van de vraag. Stekjes kwamen voor één bepaald hok. Drogen deden we in de ruimte waarin werd gekweekt. Dat duurde drie dagen tot ongeveer een week. De grond moet zeiknat zijn voordat opnieuw geplant kan worden. Soms duurde het 10 weken, soms 12 weken. We hadden geen andere ruimte om te drogen.”Ook als wordt uitgegaan van de juistheid hiervan, dan nog staat dit naar het oordeel van de rechtbank niet in de weg aan de conclusie dat in kweekruimte 4 (G) tweemaal is geoogst. De kweek in iedere ruimte is volgens de bevindingen van de politie namelijk inderdaad op verschillende data gestart, met een tussenpoos van ongeveer twee weken. Voorts zijn tussen een oogst en de start van een volgende kweek meerdere dagen gelegen – in het geval van kweekruimte 4 (G) negen
‘auto’, zie het vonnis van 12 mei 2025) de genoemde bedragen werden betaald. In de beperkte informatie die uit de tapgesprekken in kwestie naar voren komt ziet de rechtbank echter geen aanleiding om de verdediging in haar standpunt te volgen dat dit de gehele periode het geval was. De rechtbank zal uitgaan van de in de normen van het FP genoemde, op uitgebreid onderzoek gebaseerde, uitgangspunten, ook nu mag worden aangenomen dat de opbrengst hennep en de verkoopprijs fluctueerden en dus ook hoger zullen zijn geweest dan de volgens de normen van het FP te hanteren opbrengst hennep/verkoopprijs. Wat betreft de verkoopprijs vindt de rechtbank hiervoor bevestiging in een gesprek van 22 februari 2019 tussen [medeveroordeelde 1] en een onbekend gebleven derde persoon, waarin [medeveroordeelde 1] tegen die persoon zegt dat iemand de laatste keer “42” voor “goede” heeft gerekend en “als ze gaan zeggen goeie kost 42 dan kan ik voor 40 of 41 weg doen maar nee doe maar 38 dan is hij snel weg” [5] . De rechtbank maakt uit dit gesprek op dat [medeveroordeelde 1] goede hennep voor bedragen tussen de € 4.000,00 en € 4.200,00 heeft verkocht. De rechtbank wijst verder op een gesprek tussen [medeveroordeelde 1] en [veroordeelde] van 26 maart 2019 [6] , waaruit kan worden opgemaakt dat hennep is verkocht voor “4,3” (de rechtbank begrijpt: € 4.300,00 per kilogram hennep).
Conclusie
Het standpunt van het openbaar ministerie ten aanzien van deze kwekerij
Het standpunt van de verdediging ten aanzien van deze kwekerij
De beoordeling door de rechtbank
ten aanzien van de twee oogsten in de drie kweekruimtes(in december 2018 en februari en maart 2019) andere uitgangspunten te hanteren dan zijn geformuleerd in de normen van het FP. Dat in de kwekerij van aanvang af, en dus structureel, sprake was van problemen met de aarde en de groei van de hennepplanten, waardoor de opbrengst hennep per plant en de kwaliteit van de hennep minder (goed) was, blijkt uit het dossier niet. De rechtbank gaat daarom wat betreft de opbrengst hennep per plant in de kweekruimtes 1 en 3 uit van 28,2 gram. En hoewel 100 hennepplanten, afgezet tegen het aantal vierkante meters van kweekruimte 2, een hogere opbrengst hennep per plant opleveren (dan 211 hennepplanten), gaat de rechtbank in het voordeel van veroordeelde ook wat betreft deze kweekruimte uit van een opbrengst hennep per plant van 28,2 gram. Verder gaat de rechtbank uit van een verkoopprijs van € 4.070,00 per kilogram hennep. [24] De rechtbank volstaat hiertoe met een verwijzing naar wat zij hiervóór onder 3.4.2.2 heeft overwogen over de opbrengst hennep per plant en de verkoopprijs van een kilogram hennep wat betreft de kwekerij in Silvolde. Dat gaat in gelijke zin op voor de kwekerij in Nijmegen.
€ 737,20, dat is in totaal € 1.474,40 voor twee oogsten. In totaal komt in aftrek een bedrag van € 10.212,68.
Conclusie
Het standpunt van de verdediging ten aanzien van deze kwekerij
De beoordeling door de rechtbank
Conclusie
in totaal € 1.173.124,00.
Het standpunt van het openbaar ministerie
[medeveroordeelde 2] heeft een beperkter aandeel gehad in de kwekerij in Rotterdam. Het is aannemelijk dat de opbrengst van de geoogste hennep voorafgaand aan 10 juli 2017 werd verdeeld over vier deelnemers en daarna over vijf deelnemers.
Het standpunt van de verdediging
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank acht het voorts aannemelijk dat [medeveroordeelde 2] ook voor de vanaf 10 juli 2017 door haar verrichte ondersteunende werkzaamheden binnen de criminele organisatie een vergoeding ontving. Bij gebreke van concrete aanwijzingen voor de hoogte van die vergoeding schat de rechtbank dat bedrag op € 10.000,00.
Vooraf
- het pand aan [adres] te Silvolde, aangekocht op 1 juni 2018;
- het pand aan [adres] te Rotterdam, aangekocht op 11 december 2014;
- het pand aan de [adres] te Rotterdam, aangekocht op 18 maart 2013;
- het pand aan [adres] te Rotterdam, aangekocht op 11 maart 2013;
- het pand aan [adres] te Rotterdam, aangekocht op 30 juli 2015;
- het pand aan [adres] te Zoetermeer, aangekocht op 10 februari 2017;
- een geldbedrag van € 203.060,00, aangetroffen op [adres] te Rotterdam op 23 juli 2019.
Het standpunt van het openbaar ministerie
Het standpunt van de verdediging
De beoordeling door de rechtbank
€ 504.733,00 -/-
€ 157.847,75.
4.De betalingsverplichting
€ 152.847,75(€ 157.847,75 - € 5.000,00). De rechtbank zal veroordeelde de verplichting opleggen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.
5.Gijzeling
6.De toegepaste wettelijke bepalingen
7.De beslissing
€ 152.847,75;
1080 dagen.