ECLI:NL:HR:2008:BD6046
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- H.A.G. Splinter-van Kan
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en vermindering van ontnemingsbedrag wegens deelname aan criminele organisatie
In deze zaak gaat het om een cassatieberoep tegen een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem waarin ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel werd opgelegd aan betrokkene wegens deelname aan een criminele organisatie.
Het Hof had het voordeel berekend op basis van financiële verslagen en tapgesprekken, waarbij ook voordeel uit feiten waarvoor betrokkene was vrijgesproken werd betrokken. De Hoge Raad oordeelt dat dit terecht is omdat voor ontneming bij deelname aan een criminele organisatie niet vereist is dat betrokkene strafbaar betrokken was bij de concrete strafbare feiten waaruit het voordeel voortkomt.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn van het cassatieproces was overschreden, wat rechtvaardigt dat het opgelegde bedrag wordt verminderd. De Hoge Raad vernietigt daarom het opgelegde bedrag en vermindert het tot €57.171. Het beroep wordt voor het overige verworpen.
De uitspraak bevestigt dat ontneming kan worden gebaseerd op deelname aan een criminele organisatie, ook als betrokkene is vrijgesproken van de onderliggende strafbare feiten waaruit het voordeel voortkomt, mits aannemelijk is dat betrokkene heeft gedeeld in de winst van de organisatie.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert het opgelegde ontnemingsbedrag tot €57.171 en bevestigt ontneming op basis van deelname aan een criminele organisatie.