Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van
[belanghebbende], uit [plaats], belanghebbende
de heffingsambtenaar van Tribuut, de heffingsambtenaar,
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
- hij maakt geen reclame;
- hij werkt op basis van een vast uurtarief van € 250; afwijkende prijsafspraken kunnen inhouden een basisfee vermeerderd met een succesfee;
- de omzet volgens de jaarrekening 2024 correspondeert hier ook mee;
- hij heeft geen personeel (behalve een secretaresse op afstand voor de declaraties);
- het typewerk doet hij zelf, onvermijdelijk gebruikt hij tekstblokken, maar deze past hij regelmatig aan de casus nieuwe wetgeving of jurisprudentie aan;
- hij schrijft ook een groot deel van zijn uren in het kader van vooroverleg;
- hij werkt (in beginsel) niet voor particulieren;
- hij kent al zijn opdrachtgevers persoonlijk en bezoekt alle objecten waarover hij procedeert ten minste eenmaal persoonlijk;
- potentiële opdrachtgevers kunnen zich niet op zijn website aanmelden of stukken uploaden;
- hij bereidt alle zaken individueel voor en dient ook steeds vaker individuele gronden in;
- hij verricht voor opdrachtgevers ook andere werkzaamheden.
Beslissing
- verklaart de beroepen ter zake van [locatie 2], [locatie 7] en [locatie 10] (zaaknummers 24/6420, 24/6416 en 24/6419) gegrond;
- vernietigt de desbetreffende uitspraken op bezwaar;
- vermindert de WOZ-waarde van [locatie 2] tot € 780.000;
- vermindert de WOZ-waarde van [locatie 7] tot € 265.000;
- vermindert de WOZ-waarde van [locatie 10] tot € 275.000;
- vermindert de aanslagen ozb dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze beslissing in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- verklaart de overige beroepen ongegrond;
- veroordeelt de heffingsambtenaar tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 400;
- veroordeelt de Staat tot het betalen van een vergoeding van immateriële schade aan belanghebbende van € 100;
- veroordeelt de heffingsambtenaar in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 822,35;
- veroordeelt de Staat in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 45,35;
- bepaalt dat de heffingsambtenaar het betaalde griffierecht van in totaal € 153 (ter zake van drie gegronde beroepen) aan belanghebbende dient te vergoeden.