ECLI:NL:RBGEL:2025:4161
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- I.A.M. van Boetzelaer-Gulyas
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag individuele inkomenstoeslag op grond van Participatiewet bevestigd
Eiser diende op 16 januari 2024 een aanvraag in voor een individuele inkomenstoeslag op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Apeldoorn wees deze aanvraag af omdat eiser in de voorafgaande 36 maanden een inkomen had dat hoger was dan 100% van de bijstandsnorm die het college hanteert. Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing, maar het college verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het bezwaar zich zou richten tegen een algemeen verbindend voorschrift, de Verzamelverordening, waartegen geen bezwaar mogelijk is.
De rechtbank oordeelt dat het bezwaar wel ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat het gericht was tegen de afwijzing van de aanvraag en niet louter tegen het algemeen verbindend voorschrift. Vervolgens beoordeelt de rechtbank de rechtmatigheid van het beleid van het college en stelt vast dat gemeenten beleidsvrijheid hebben bij de invulling van begrippen als 'langdurig' en 'laag inkomen'. De gekozen norm van 100% van de bijstandsnorm over een periode van 36 maanden is een politieke afweging binnen de gemeentelijke beleidsruimte en niet in strijd met hogere wetgeving of algemene beginselen van behoorlijk bestuur.
De rechtbank concludeert dat het college het beleid met betrekking tot de definitie van langdurig laag inkomen terecht heeft vastgesteld en dat de afwijzing van de aanvraag van eiser terecht was. Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar van eiser ongegrond verklaard. Het college moet het griffierecht aan eiser vergoeden.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit dat het bezwaar niet-ontvankelijk verklaarde en verklaart het bezwaar ongegrond, waarmee de afwijzing van de aanvraag voor een individuele inkomenstoeslag wordt bevestigd.