Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
gebouwde(onroerende) zaak.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Gelderland
De zaak betreft een geschil tussen Thalassa B.V. en Nautical Moments B.V. over de beëindiging van een huurovereenkomst voor een afmeervoorziening (ponton) voor het partyschip Thalassa. Nautical Moments stelde dat de huurovereenkomst per 31 mei 2025 was geëindigd, terwijl Thalassa betoogde dat de overeenkomst stilzwijgend was verlengd en dat de afmeervoorziening kwalificeert als bedrijfsruimte onder artikel 7:290 of Pro 7:230a BW.
De kantonrechter onderzocht eerst of de afmeervoorziening een gebouwde onroerende zaak is, wat een vereiste is voor toepassing van genoemde artikelen. Uit de overeenkomst en feiten bleek dat de ponton drijvend is, met een verbinding aan de wal die meebeweegt met het getij, en dat deze verbinding niet duurzaam met de grond verenigd is. De Hoge Raad-arresten werden toegepast om te concluderen dat de ponton een roerende zaak is en geen bedrijfsruimte in de zin van de wet.
Vervolgens werd beoordeeld of de huurovereenkomst was geëindigd. De kantonrechter stelde vast dat de huurovereenkomst stilzwijgend was verlengd met telkens een jaar, mede door het jaarlijks versturen van een geïndexeerde huurnota die Thalassa betaalde. De brief van Nautical Moments van 14 mei 2025 was geen geldige opzegging omdat de overeenkomst al was verlengd. Ook de door Thalassa ondertekende brief met een doorhaling van de einddatum betekende geen instemming met beëindiging.
De kantonrechter verklaarde daarom voor recht dat de huurovereenkomst niet was geëindigd per 31 mei 2025 en wees het verzoek van Nautical Moments af om ontruiming per 1 december 2025 vast te stellen. Proceskosten werden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De huurovereenkomst is niet geëindigd per 31 mei 2025 en is stilzwijgend verlengd met een jaar.