Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
Samenvatting
Rechtbank Gelderland
Verzoeker, een veehouder en vennoot van een maatschap, verzocht de rechtbank om een voorlopig deskundigenbericht te gelasten over het in 2003 door verweerder opgesteld DNA-verwantschapsonderzoek in het kader van de MKZ-ruimingsbesluiten. Verzoeker stelt dat verweerder onjuiste conclusies heeft getrokken door deels gebruik te maken van een verouderde eiwitmethode, wat heeft geleid tot onrechtmatige ruiming van zijn bedrijf en langdurige procedures.
De rechtbank overweegt dat het verzoek onvoldoende concreet en ter zake dienend is en dat verzoeker onvoldoende belang heeft, mede omdat hij zelf geen partij was in de beroepsprocedures bij het College van Beroep voor het bedrijfsleven (CBb) waarin de ruimingsbesluiten zijn beoordeeld. Bovendien is het deskundigenrapport van verweerder reeds in 2017 door een onafhankelijke deskundige van het Nederlands Forensisch Instituut beoordeeld en in de beroepsprocedures meegenomen.
De rechtbank concludeert dat het deskundigenbericht geen wezenlijke bijdrage zal leveren aan de beoordeling van het geschil en dat het verzoek misbruik van bevoegdheid inhoudt. Verzoeker wordt veroordeeld in de proceskosten en het verzoek wordt afgewezen. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Het verzoek tot gelasten van een voorlopig deskundigenbericht wordt afgewezen wegens onvoldoende concreetheid en gebrek aan rechtens te respecteren belang.