ECLI:NL:RBGEL:2025:10451

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
5 december 2025
Publicatiedatum
4 december 2025
Zaaknummer
ARN 23/4975
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van de arbeidsongeschiktheid en WGA-uitkering van eiseres op basis van de Wet WIA

In deze uitspraak van de Rechtbank Gelderland, zittingsplaats Zutphen, wordt de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres beoordeeld in het kader van haar aanvraag voor een WGA-uitkering op basis van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA). Eiseres, die werkzaam was als pedagogisch medewerker, heeft zich ziekgemeld vanwege gezondheidsklachten en is het niet eens met de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid van 51,75% door het UWV. De rechtbank concludeert dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen en dat het medisch onderzoek voldoende zorgvuldig is uitgevoerd. Eiseres heeft verschillende beroepsgronden aangevoerd, maar de rechtbank oordeelt dat de beperkingen van eiseres correct zijn vastgesteld en dat de functies die aan haar zijn voorgelegd geschikt zijn. De rechtbank past artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht toe, omdat het UWV in de beroepsprocedure een toereikende motivering heeft gegeven voor de urenbeperking en de geschiktheid van de functies. Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard, maar het UWV wordt wel veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiseres.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 23/4975

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen
[eiseres], uit [plaats], eiseres
(gemachtigde: mr. I. Amghar),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV
(gemachtigde: mr. O. Yazici).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de toekenning van een WGA [1] -uitkering aan eiseres op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (Wet WIA) per 21 april 2022 (de datum in geding), berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 51,75%. Eiseres is het niet eens met de vaststelling van de mate van arbeidsongeschiktheid. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het UWV een juiste beslissing heeft genomen. Eiseres krijgt daarom geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 21 april 2022 heeft het UWV aan eiseres een WIA-uitkering toegekend per 21 april 2022, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 51,75%. Met het bestreden besluit van 23 juni 2023 op het bezwaar van eiseres is het UWV bij dat besluit gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 13 november 2024 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres en de gemachtigde van het UWV.
2.3.
De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst.
2.4.
Naar aanleiding van de schorsing van het onderzoek heeft het UWV bij brief van 12 december 2024 aanvullende rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) en de arbeidsdeskundige b&b toegestuurd.
2.5.
Bij brief van 13 januari 2025 heeft eiseres hierop gereageerd.
2.6.
Geen van de partijen heeft, nadat zij zijn gewezen op hun recht nogmaals ter zitting te worden gehoord, binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van dit recht. De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten.

Beoordeling door de rechtbank

De totstandkoming van het bestreden besluit
3. Eiseres was werkzaam als pedagogisch medewerker bij [naam kinderopvang] voor gemiddeld 32,36 uur per week. Op 23 april 2020 heeft zij zich ziekgemeld vanwege belemmerende gezondheidsklachten. Op 20 april 2022 bereikte eiseres het einde van de wachttijd in het kader van de Wet WIA.
3.1.
Op 27 januari 2022 heeft eiseres een WIA-aanvraag ingediend. Vervolgens heeft een onderzoek plaatsgevonden door een verzekeringsarts en door een arbeidsdeskundige van het UWV. Met het besluit van 21 april 2022 heeft het UWV aan eiseres een WIA-uitkering toegekend per 21 april 2022, berekend naar een mate van arbeidsongeschiktheid van 51,75%. Op 1 juni 2022 heeft eiseres bezwaar gemaakt tegen dit besluit.
3.2.
Vervolgens heeft het UWV het bestreden besluit genomen. Hieraan liggen rapporten van een verzekeringsarts b&b en een arbeidsdeskundige b&b ten grondslag. De verzekeringsarts b&b heeft aanleiding gezien om de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) te wijzigen en de urenbeperking aan te scherpen (maximaal 24 uur per week). De gewijzigde FML gaf de arbeidsdeskundige b&b geen aanleiding om het – door de (primaire) arbeidsdeskundige vastgestelde – arbeidsongeschiktheidspercentage van 51,75% aan te passen.
Is het medisch onderzoek zorgvuldig geweest?
4. Eiseres voert aan dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig is geweest. Er heeft geen lichamelijk onderzoek plaatsgevonden.
4.1.
De rechtbank stelt voorop dat het UWV zijn besluiten omtrent de mate van arbeidsongeschiktheid van een betrokkene mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen, indien deze rapporten op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, geen tegenstrijdigheden bevatten en voldoende duidelijk zijn. Dit betekent niet dat deze rapporten en het daarop gebaseerde besluit in beroep niet kunnen worden aangevochten. Het is echter aan de betrokkene om aan te voeren en zo nodig aannemelijk te maken dat de rapporten niet op zorgvuldige wijze tot stand zijn gekomen, tegenstrijdigheden bevatten, niet voldoende duidelijk zijn, dan wel dat de in de rapporten gegeven beoordeling onjuist is. [2]
4.2.
Naar het oordeel van de rechtbank is het medisch onderzoek door het UWV voldoende zorgvuldig geweest. Daarbij is het volgende van belang. Uit het rapport van de primaire verzekeringsarts volgt dat het dossier en de beschikbare informatie is bestudeerd. Ook is een uitgebreide anamnese afgenomen. Vanwege Covid-19 vond een telefonisch spreekuur plaats. Uit het rapport van de verzekeringsarts b&b volgt dat in bezwaar ook dossierstudie is verricht en de in bezwaar overgelegde informatie van de behandelend sector is bestudeerd. Deze informatie is kenbaar bij de beoordeling in bezwaar betrokken. De verzekeringsarts b&b was ook aanwezig tijdens de hoorzitting (op 15 juni 2023). De verzekeringsarts b&b heeft in het aanvullend rapport van 29 oktober 2024 (dat als bijlage deel uitmaakt van het verweerschrift van 4 november 2024) aangegeven het niet eens te zijn met de stelling van eiseres, dat lichamelijk onderzoek noodzakelijk was. Lichamelijk onderzoek kan geen objectiveerbare aanwijzingen geven voor de problemen/klachten die eiseres ervaart (diabetes type 1, migraine, ME/CVS, hooikoorts en PCOS [3] ), aldus de verzekeringsarts b&b. Wel is informatie opgevraagd bij de internist. De rechtbank ziet geen grond voor het oordeel dat de verzekeringsartsen aspecten van de gezondheidstoestand van eiseres hebben gemist. Verder is de rechtbank van oordeel dat de rapporten van de verzekeringsartsen geen tegenstrijdigheden bevatten en dat de conclusies van de rapporten logisch voortvloeien uit de onderzoeksbevindingen. De rechtbank volgt eiseres dan ook niet in haar standpunt dat zij lichamelijk onderzocht diende te worden door de verzekeringsarts b&b.
Zijn de beperkingen van eiseres juist vastgesteld?
Geen benutbare mogelijkheden
5. Primair voert eiseres aan dat er per de datum in geding, vanwege haar mentale en lichamelijke klachten, sprake is van een situatie van geen benutbare mogelijkheden.
5.1.
In artikel 2, vijfde lid, van het Schattingsbesluit Arbeidsongeschiktheidswetten is opgenomen dat sprake is van een situatie van geen benutbare mogelijkheden, wanneer:
betrokkene is opgenomen in een ziekenhuis of in een instelling als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Wet toelating zorginstellingen die zorg verleent waarop aanspraak bestaat ingevolge de Wet langdurige zorg, met uitzondering van een inrichting waar geestelijk gestoorde delinquenten van overheidswege verpleegd worden;
betrokkene bedlegerig is;
betrokkene voor het uitvoeren van activiteiten van het dagelijks leven dermate afhankelijk is dat hij lichamelijk niet zelfredzaam is; of
betrokkene als gevolg van een ernstige psychische stoornis in zijn zelfverzorging, in zijn directe samenlevingsverband alsook in zijn sociale contacten, waaronder zijn werkrelaties, niet of dermate minimaal functioneert dat hij psychisch niet zelfredzaam is.
5.2.
De rechtbank kan het standpunt van eiseres – dat zij op de datum in geding geen benutbare mogelijkheden heeft – niet volgen. Door de verzekeringsartsen is een FML opgesteld en zij concluderen tot (medisch) benutbare mogelijkheden. Eiseres heeft ook niet nader onderbouwd waarom zij geen benutbare mogelijkheden heeft. De enkele, niet medisch onderbouwde stelling dat, vanwege haar mentale en lichamelijke klachten, haar belastbaarheid op de datum in geding zeer gering is, is onvoldoende om aan te nemen dat sprake is van een situatie van geen benutbare mogelijkheden.
De door de verzekeringsarts b&b aangenomen beperkingen
6. Subsidiair voert eiseres aan dat haar beperkingen door de verzekeringsarts b&b zijn onderschat. In de FML zijn te weinig beperkingen aangenomen in de rubrieken persoonlijk en sociaal functioneren. Eiseres lijdt aan ME/CVS, wat vermoeidheidsklachten en cognitieve problemen (zoals concentratieproblemen, geheugenverlies en moeite met informatieverwerking) met zich brengt. Hierdoor is ten onrechte geen beperking aangenomen voor het vasthouden, verdelen en herinneren in het dagelijks functioneren (rubriek 1.1 tot en met 1.3), terwijl de bedrijfsarts haar wel beperkt heeft geacht ten aanzien van concentreren en het verdelen van aandacht. Ook had een beperking aangenomen moeten worden ten aanzien van beroepsmatig vervoer (rubriek 2.11), vanwege de cognitieve beperkingen en vermoeidheids- en duizeligheidsklachten van eiseres. Daarnaast is in de rubrieken dynamische en statische houdingen onvoldoende rekening gehouden met haar fysieke klachten. Eiseres heeft rugklachten die uitstralen naar haar benen, schouders en nek. Naast pijnklachten ervaart zij stijfheid en krachtsverlies, waar zij vooral last van heeft na inspanning. Langdurig staan of zitten in dezelfde houding verergert deze klachten. Eiseres is ook niet in staat om tien kilogram te tillen, vier uur per dag te lopen en een uur aaneengesloten te lopen en te staan (tijdens werk). Ook is het onlogisch dat in de rubriek statische houdingen nauwelijks beperkingen zijn aangenomen. Bij fysieke klachten is juist werk geboden waarbij zitten, staan en lopen moeten worden afgewisseld. Ook had een verdergaande urenbeperking aangenomen moeten worden, nu eiseres niet in staat is om 24 uur per week te werken, met name vanwege haar vermoeidheid door de ME/CVS, maar ook vanwege haar slaapproblemen, diabetes type I, ‘restless legs’ en ijzertekort. Eiseres verwijst naar de beoordeling door de bedrijfsarts, die heeft geadviseerd om maximaal vier uur per dag te werken in het kader van de re-integratie.
6.1.
De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts b&b bekend is met de lichamelijke en psychische klachten van eiseres. De verzekeringsarts b&b heeft de beperkingen die de (primaire) verzekeringsarts had aangenomen in de rubrieken persoonlijk functioneren (rubriek 1), sociaal functioneren (rubriek 2), fysieke omgevingseisen (rubriek 3), dynamische handelingen (rubriek 4) en statische houdingen (rubriek 5) geheel overgenomen. De verzekeringsarts b&b heeft aanleiding gezien om een verdergaande urenbeperking aan te nemen van maximaal 24 uur per week (rubriek 6, werktijden). De verzekeringsarts b&b heeft toegelicht dat de belastbaarheid die is opgesteld door de primaire verzekeringsarts grotendeels in stand kan blijven. De primaire verzekeringsarts is uitgegaan van de juiste diagnoses, zij het dat PTSS niet aan de orde is en PCOS wel. De belastbaarheid die is opgesteld door de primaire verzekeringsarts, doet echter wel recht aan de beperkingen van eiseres, aldus de verzekeringsarts b&b. Zo is eiseres ten aanzien van het persoonlijk functioneren aangewezen op een werksituatie zonder veelvuldige storingen, onderbrekingen, veelvuldige deadlines of productiepieken en op werk waarin geen hoog handelingstempo vereist is. Ten aanzien van het sociaal functioneren zijn beperkingen aangenomen voor het uiten van gevoelens en het omgaan met conflicten en is eiseres aangewezen op werk, waarin doorgaans weinig of geen direct contact met patiënten of hulpbehoevenden is vereist. Ten aanzien van de fysieke omgevingseisen zijn beperkingen aangenomen voor het werken in een zeer stoffige omgeving of omgeving met irriterende gassen of dampen, geluidsbelasting en trillingsbelasting. Vanwege de fysieke klachten van eiseres wordt zij ten aanzien van de dynamische handelingen beperkt geacht voor het frequent buigen en reiken tijdens het werk, duwen, trekken, tillen, dragen, traplopen, klimmen en lopen tijdens het werk. Ook wordt zij – ten aanzien van de statische houdingen – beperkt geacht om boven schouderhoogte actief te zijn. De verzekeringsarts b&b stelt dat de opgenomen belastbaarheid recht doet aan de stressgevoeligheid en de beperkingen inzake stof, geluid en trillingen, hooikoorts van eiseres. Er zijn fysieke beperkingen aangenomen voor zwaar fysiek werk vanwege de ME/CVS en er is een beperking aangenomen voor onregelmatig werk vanwege de suikerziekte. Omdat eiseres een combinatie van ziektes heeft (diabetes type 1, ME/CVS en restless legs) is haar vermoeidheid zeer plausibel. Voor diabetes type 1 wordt echter geen urenbeperking geadviseerd, maar wel regelmatig werk. Voor ME/CVS wordt ook geen urenbeperking geadviseerd. De verzekeringsarts b&b baseert zich hierbij op de richtlijn reumatologie, omdat er geen verzekeringsgeneeskundige richtlijn ME/CVS is. De richtlijn reumatologie geeft aan dat bewegen aan te raden is, mits dit niet zwaar, repeterend en statisch belastend is. Dit is zelfs beter dan rusten, omdat dan de dreiging bestaat van het belanden in een vicieuze cirkel van klachten, piekeren en rust nemen, wat vervolgens resulteert in meer piekeren en meer klachten.
6.2.
De rechtbank heeft geen aanleiding om aan de conclusie van de verzekeringsarts b&b te twijfelen. Eiseres heeft niet met (medische) informatie onderbouwd waarom haar beperkingen zijn onderschat. Daar komt bij dat in de FML rekening is gehouden met zowel de lichamelijke, als de psychische klachten van eiseres. Het dossier biedt geen dan ook geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de verzekeringsartsen niet volledig op de hoogte waren van de medische problematiek van eiseres op de datum in geding. De omstandigheid dat de bedrijfsarts, naar eiseres stelt, haar meer beperkt heeft geacht, leidt niet tot een ander oordeel. Op grond van vaste rechtspraak van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) is het de uitsluitende taak van de verzekeringsarts om de beperkingen van verzekerden in kaart te brengen en vast te leggen in een FML en is de verzekeringsarts daarbij niet gehouden tot een bijzondere motivering in het geval deze vastlegging een andere uitkomst heeft dan die van de bedrijfsarts. [4]
7. Eiseres heeft de rechtbank verzocht om een deskundige te benoemen. Nu er geen reden is om te twijfelen aan de juistheid van de medische grondslag van het bestreden besluit, is er geen aanleiding om een deskundige te benoemen.
De aangenomen urenbeperking door de verzekeringsarts b&b
8. Eiseres voert aan dat het aantal te werken uren per dag niet overeenkomt met de urenbeperking van 24 uur per week. De verzekeringsarts b&b stelt dat eiseres in staat is om vijf dagen per week vijf à zes uur per dag te werken. Dit komt neer op 25 tot 30 uur per week. De verzekeringsarts b&b heeft echter een urenbeperking aangenomen van 24 uur per week.
8.1.
In de schorsingsbeslissing heeft de rechtbank het UWV verzocht om aan de verzekeringsarts b&b voor te leggen wat de urenbeperking van eiseres op de datum in geding is. De verzekeringsarts b&b heeft namelijk in het rapport van 16 juni 2023 gerapporteerd dat eiseres maximaal 24 uur per week en vijf dagen van maximaal vijf tot zes uur per dag zou moeten kunnen functioneren in niet statisch, lichamelijk niet zwaar werk. Tijdens de zitting is besproken (en door het UWV niet betwist) dat bij de geduide functies, waar minimaal vijf uur per dag moet worden gewerkt, een werkweek van 24 uur wordt overschreden.
8.2.
In reactie op de schorsingsbeslissing, heeft het UWV (onder meer) een aanvullend rapport van de verzekeringsarts b&b ingebracht van 19 november 2024. De verzekeringsarts b&b heeft in dit rapport toegelicht dat in rubriek 6.2 van de FML een maximaal aantal uren van zes per dag is opgenomen, omdat er functies zijn waarbij men 24 uur per week werkt en zes uur per dag, met de mogelijkheid tot één dag recuperatie. Deze functies zijn volgens de verzekeringsarts b&b geschikt voor eiseres. Daarnaast zijn de functies met vijf dagen belasting ook geschikt (bijvoorbeeld vier werkdagen van vijf uur per dag, en één werkdag van vier uur per dag). Hiermee wordt voldaan aan de urenbeperking van 24 uur per week. De rechtbank kan deze (aanvullende) motivering volgen.
Zijn de aan de schatting ten grondslag gelegde functies geschikt?
9. Eiseres voert aan dat de functie medewerker postverzorging (SBC-code 315140) niet geschikt is, vanwege een overschrijding op het tillen van zware voorwerpen. Eiseres is beperkt tot het tillen van tien kilogram. In de functie dient zij twintig kilogram te tillen. De motivering van de arbeidsdeskundige b&b, dat gebruik gemaakt kan worden van een tilhulp, valt niet uit de functieomschrijving op te maken. Ook is de functie huishoudelijk medewerker gebouwen (SBC-code 111334) niet geschikt vanwege stof. Eiseres is namelijk allergisch voor huisstofmijt. Werken in een omgeving waarin stof voorkomt, is dan ook niet passend. De functie bezorger pakketten (auto) (SBC-code 111230) is ook niet geschikt, omdat eiseres beperkt is ten aanzien van beroepsmatig vervoer. Tot slot betoogt eiseres dat alle door de arbeidsdeskundige b&b geduide functies fysiek te belastend zijn, en dat sprake is van repetitieve werkzaamheden.
9.1.
Tijdens de zitting heeft eiseres haar beroepsgrond, dat de functie huishoudelijk medewerker niet geschikt is vanwege stof, laten vervallen. De rechtbank zal dit punt dan ook onbesproken laten.
9.2.
Het standpunt van eiseres dat de geduide functies niet geschikt zijn, omdat sprake is van repetitieve werkzaamheden, kan de rechtbank niet volgen. Uit vaste rechtspraak van de CRvB volgt namelijk dat in het geval het CBBS [5] ten aanzien van een functie geen signalering heeft gegeven op een bepaald punt, dit betekent dat er ten aanzien van die functie geen sprake is van overschrijding van de belastbaarheid op dat punt. [6] Een nadere motivering hoeft in dat geval niet gegeven te worden. Vaststaat dat het CBBS ten aanzien van de geduide functies geen signalering heeft gegeven met betrekking tot het afwisselen van houding (rubriek 5.9). Daaruit volgt dan ook dat de belastbaarheid van eiseres op dit punt niet wordt overschreden.
Dit geldt ook voor de functie bezorger pakketten (auto). Nu het CBBS ten aanzien van deze functie geen signalering heeft gegeven met betrekking tot beroepsmatig vervoer (rubriek 2.11), betekent dit dat de belastbaarheid van eiseres op dit punt ook niet wordt overschreden.
9.3.
Ten aanzien van de functie medewerker postverzorging, overweegt de rechtbank als volgt. De motivering van de arbeidsdeskundige b&b, dat de frequentie van tillen in deze functie dermate laag is en slechts sporadisch voorkomt (twee keer twintig kilogram tillen in twee uur) waardoor deze functie desondanks geschikt is, kan de rechtbank niet volgen. In rubriek 4.11 van de FML is immers opgenomen dat zij ongeveer tien kilogram kan tillen. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze beroepsgrond desondanks niet slagen, vanwege de mogelijkheid tot het inzetten van een tilhulp. Daarbij is het volgende van belang. In de schorsingsbeslissing heeft de rechtbank het UWV verzocht om de arbeidsdeskundige b&b nader te laten motiveren over de mogelijkheid van het gebruik van een tilhulp. Uit het rapport van de arbeidsdeskundige b&b van 21 juni 2023 valt namelijk niet af te leiden of een tilhulp daadwerkelijk voorhanden is, of dat er enkel de mogelijkheid bestaat om een tilhulp te plaatsen.
9.3.1.
In reactie op de schorsingsbeslissing, heeft het UWV (onder meer) een aanvullend rapport van de arbeidsdeskundige b&b ingebracht van 11 december 2024. De arbeidsdeskundige b&b heeft toegelicht dat er niet daadwerkelijk een tilhulp voorhanden is op de werkplek. Een tilhulp is echter een eenvoudige, goedkope voorziening die in alle redelijkheid van een werkgever verlangd kan worden om aan te schaffen. De rechtbank kan deze (aanvullende) motivering volgen. Daar komt bij dat uit vaste rechtspraak van de CRvB volgt dat wanneer een potentieel geschikte functie met behulp van een aanpassing of een hulpmiddel, waarvan de aanschaf in redelijkheid van een werkgever kan worden gevraagd, geschikt kan worden gemaakt, die functie niet kan worden verworpen. [7]
9.4.
De rechtbank merkt tot slot op dat het betoog van eiseres, dat alle door de arbeidsdeskundige b&b geduide functies, fysiek te belastend zijn, geen doel treft. Zij heeft dit namelijk op geen enkele wijze onderbouwd of aannemelijk gemaakt.
10. De rechtbank stelt vast dat het UWV pas – met de aanvullende rapporten van de verzekeringsarts bezwaar en beroep (b&b) van 19 november 2024 en de arbeidsdeskundige b&b van 11 december 2022 – in de beroepsprocedure een toereikende motivering heeft gegeven over de urenbeperking en over de mogelijkheid tot het inzetten van de tilhulp in de functie medewerker postverzorging. Dat betekent dat het bestreden besluit een gebrek bevat. De rechtbank zal dit gebrek passeren met toepassing van artikel 6:22 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat aannemelijk is dat eiseres door dit gebrek niet is benadeeld. Ook zonder het gebrek zou het UWV een besluit met gelijke strekking hebben genomen. Verder heeft eiseres in beroep de mogelijkheid gehad om te reageren op de motivering van de verzekeringsarts b&b.

Conclusie en gevolgen

11. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt.
11.1.
In de toepassing van artikel 6:22 van de Awb ziet de rechtbank aanleiding om te bepalen dat het UWV het door eiseres betaalde griffierecht en de door eiseres gemaakte kosten voor de in beroep verleende rechtsbijstand moet vergoeden. De rechtbank stelt de vergoeding voor de proceskosten vast op € 2.267,50 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het bijwonen van de zitting, en 0,5 punt voor de reactie na schorsing ter zitting).

Beslissing

De rechtbank:
- verklaart het beroep ongegrond;
- bepaalt dat het UWV het griffierecht van € 50 aan eiseres moet vergoeden;
- veroordeelt het UWV tot betaling van € 2.267,50 aan proceskosten aan eiseres.
Deze uitspraak is gedaan door mr. H.J. Klein Egelink, rechter, in aanwezigheid van
mr. J.M. van Kouwen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Werkhervatting Gedeeltelijk Arbeidsgeschikten.
2.Zie bijvoorbeeld CRvB 29 juni 2015, ECLI:NL:CRVB:2015:2114.
3.Polycysteus Ovarium Syndroom.
4.Zie bijvoorbeeld CRvB 4 september 2009, ECLI:NL:CRVB:2009:BJ7039.
5.Claim Beoordelings- en Borgingssysteem.
6.Zie bijvoorbeeld CRvB 15 april 2020, ECLI:NL:CRVB:2020:957.
7.Zie bijvoorbeeld CRvB 24 april 2022, ECLI:NL:CRVB:1024.