Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.[gedaagde 1] ,
2.
[gedaagde 2],
Rechtbank Gelderland
Eiser werkte vanaf november 2015 voor een onderneming en raakte in november 2018 arbeidsongeschikt. Vanaf januari 2019 bleef loon onbetaald ondanks rechterlijke uitspraken die betaling en re-integratie verplicht stelden. De onderneming ging failliet, waarna eiser de bestuurders aansprakelijk stelde.
De bestuurders voerden betalingsonmacht aan, maar de rechtbank oordeelde dat dit onvoldoende was onderbouwd en dat er sprake was van betalingsonwil. De bestuurders hadden nagelaten loon, vakantiegeld, wettelijke verhogingen en re-integratie te verzorgen, ondanks rechterlijke veroordelingen.
De rechtbank concludeerde dat de bestuurders persoonlijk een ernstig verwijt treft wegens frustratie van betaling en verhaal, waardoor zij onrechtmatig jegens eiser hebben gehandeld. De bestuurders werden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van ruim €31.966, inclusief buitengerechtelijke kosten en proceskosten, met wettelijke rente en uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Bestuurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €31.966,77 met rente en kosten wegens onrechtmatig handelen en betalingsonwil.