ECLI:NL:RBGEL:2023:5398
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Matiging administratieve boete wegens schending redelijke termijn bij geslotenverklaring
Betrokkene werd een administratieve sanctie opgelegd wegens het als bestuurder handelen in strijd met een geslotenverklaring in beide richtingen. De officier van justitie voerde aan dat de verbalisant bevoegd was en dat de overtreding geautomatiseerd was vastgesteld met een digitale foto bij bord C12. Betrokkene voerde verweren aan over de randvoorwaarden van het beleidskader digitale handhaving en de geldigheid van de geslotenverklaring, maar kon geen specifieke feiten aandragen die de juistheid van de verbalisantverklaring in twijfel trokken.
De kantonrechter overwoog dat de bevoegdheid van de ambtenaar het uitgangspunt is en dat de verklaring van de verbalisant in beginsel voldoende is voor vaststelling van de gedraging. Er waren geen bijzondere omstandigheden die aanleiding gaven om af te wijken van de tariefmatig vastgestelde boete. Wel achtte de kantonrechter, gelet op een arrest van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, matiging van de boete op zijn plaats wegens schending van de redelijke termijn.
De boete werd daarom met 25% gematigd tot €75. Het beroep werd verder ongegrond verklaard, het bedrag van €25 dat tot zekerheid was gesteld werd terugbetaald en het verzoek om proceskostenvergoeding werd afgewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open onder voorwaarden.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de geslotenverklaring wordt gematigd tot €75 en het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen.