ECLI:NL:RBGEL:2022:5722
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek renteaftrek restschuld eigen woning 2018
Eiser en een mede-eigenaar verkochten in 2014 gezamenlijk een woning met een hypothecaire lening van €642.400. De verkoopprijs bedroeg €495.000 met verkoopkosten van circa €4.512, wat resulteerde in een restschuld. Eiser diende een herziene aangifte inkomstenbelasting in voor 2018 waarin hij een hogere renteaftrek claimde op deze restschuld.
Verweerder wees het verzoek om ambtshalve vermindering af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De kern van het geschil betrof de hoogte van de restschuld en de rente die daarvoor aftrekbaar is. De rechtbank oordeelde dat de restschuld €151.912 bedroeg, waarvan 50% aan eiser toerekenbaar is, en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij meer rente had betaald dan reeds in de aanslag was verwerkt.
Daarnaast faalde het beroep op het vertrouwensbeginsel omdat verweerder geen toezeggingen had gedaan en de eerdere acceptatie van aangiften niet leidde tot een vaste gedragslijn. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek tot ambtshalve vermindering af.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van het verzoek om hogere renteaftrek op restschuld eigen woning over 2018 wordt ongegrond verklaard.