Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- Het verzoekschrift, met producties 1-15;
- De brief van de Stichting van 7 december 2021;
- De brief van [verzoeker] van 10 december 2021 met 12 pagina’s ongenummerde stukken;
- Het verweerschrift, dat ook een voorwaardelijk zelfstandig tegenberoep bevat, met producties 1-8;
- De brief van de Stichting van 15 december 2021 met productie 9;
- Het proces-verbaal van behandeling van een verzoekschrift, tevens inhoudende de mondelinge uitspraak in de kantonrechtzaak met zaaknummer/rekestnummer 9513222/AZ VERZ 21-16 van 22 december 2021, waarin de kantonrechter de zaak in de stand waarin deze zich bevindt heeft doorverwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken;
- De mondelinge behandeling van 22 december 2021. Verschenen zijn enerzijds [verzoeker] , bijgestaan door mr. Schirmeister voornoemd, alsmede zijn partner [partner van verzoeker] (verder [partner van verzoeker] ) en zijn vader en anderzijds de Stichting, vertegenwoordigd door [vertegenwoordiger van de stichting 1] , bestuurssecretaris en [vertegenwoordiger van de stichting 2] , bestuurslid, bijgestaan door mrs. Van Keulen en Baetsen voornoemd, alsmede [personenbehandelaar bij ASR] , personenbehandelaar bij ASR, de aansprakelijkheidsverzekeraar van de Stichting. Mrs. Van Keulen en Baetsen hebben het standpunt van hun cliënten toegelicht aan de hand van spreekaantekeningen.
2.De feiten
3.Het verzoek, het zelfstandig tegenverzoek en het verweer
primairdat de Stichting op grond van artikelen 6:179 BW, 6:74 BW dan wel 6:162 BW volledig, dan wel voor een door de rechtbank te bepalen percentage aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] als gevolg van het bijtincident lijdt en zal lijden, de schade nader op te maken bij staat en
subsidiairdat de Stichting ten tijde van het bijtincident de bezitter van de hond was in de zin van artikel 6:179 BW Pro, met begroting van de kosten van [verzoeker] op een bedrag van 15,5 uur à € 250,00 exclusief btw en veroordeling van de Stichting in deze kosten, vermeerderd met het betaalde griffierecht.
4.De beoordeling
in bruikleenwordt gegeven en dat het ‘adoptiebedrag’ van € 315,00 “nadrukkelijk geen koopsom” is.