ECLI:NL:HR:2007:BA7624
Hoge Raad
- Cassatie
- J.B. Fleers
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- J.C. van Oven
- C.A. Streefkerk
- W.J.M. Davids
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over vergoeding buitengerechtelijke kosten bij eigen schuld in aansprakelijkheidszaak paardrijdongeval
In deze zaak vordert eiseres vergoeding van buitengerechtelijke kosten na een paardrijdongeval waarbij zij letsel opliep. De aansprakelijke verweerder erkende aansprakelijkheid maar ging uit van 50% eigen schuld van eiseres, waardoor slechts de helft van de schade werd vergoed. Eiseres wilde dat de buitengerechtelijke kosten volledig werden vergoed, terwijl verweerder slechts 50% daarvan wilde betalen.
De kantonrechter en het hof wezen de vordering van eiseres af en stelden dat de vergoeding van buitengerechtelijke kosten in dezelfde mate als de primaire schadevergoeding wordt verminderd bij eigen schuld. Eiseres stelde in cassatie dat de billijkheidscorrectie van art. 6:101 lid 1 BW Pro een volledige vergoeding van deze kosten rechtvaardigt, maar de Hoge Raad verwierp dit standpunt.
De Hoge Raad overwoog dat de redelijkheidstoets van art. 6:96 lid 2 BW Pro niet kan leiden tot een hogere vergoeding van buitengerechtelijke kosten dan de billijkheidscorrectie van art. 6:101 lid 1 BW Pro toestaat. De billijkheidscorrectie is bedoeld voor uitzonderlijke gevallen en ziet op de ernst van fouten of bijzondere omstandigheden, wat hier niet aan de orde was.
Daarmee bevestigde de Hoge Raad dat bij een schadevergoedingsplicht die verminderd wordt wegens eigen schuld, ook de vergoeding van buitengerechtelijke kosten in dezelfde verhouding wordt verminderd. Het beroep van eiseres werd verworpen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat buitengerechtelijke kosten proportioneel worden verminderd bij eigen schuld.