Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [vestigingsplaats] , eiseres
de heffingsambtenaar van Belastingsamenwerking Rivierenland, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
€ 558.000. Binnen de bandbreedtes van de Taxatiewijzer Sport is volgens eiseres uitgegaan van een te hoge bruto vervangingswaarde (bvw) vanwege een mindere bouwkundige uitvoering van de opstallen in de jaren zeventig. Daarom dient er 15% aftrek plaats te vinden op het gemiddelde van de bandbreedte. Eiseres gaat aldus uit van een bvw van € 1.697.
€ 951.000. Volgens verweerder kan, vanwege de renovatie in 1995 en het nieuwsbericht uit 2015 waaruit een investeringsvoornemen van eiseres blijkt, uitgegaan worden van het gemiddelde van de bandbreedte zonder de door eiseres bepleite aftrek. Verweerder bepleit een opwaartse correctie omdat het object kleiner is dan de standaardgrootte uit de Taxatiewijzer en komt tot een bvw van € 2.072.
31 januari 2020. Dit is vier maanden langer dan zes maanden. De overschrijding van de termijn zal daarom voor vier maanden aan de bezwaarfase worden toegerekend en voor vijf maanden aan de beroepsfase. Gelet daarop zal de rechtbank verweerder veroordelen tot vergoeding van een bedrag van € 444 (4/9 x € 1.000) en de Staat veroordelen tot vergoeding van een bedrag van € 556 (5/9 x € 1.000) aan eiseres.
1 punt voor het indienen van het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 534 en een wegingsfactor 1. Voor de hoorzitting kent de rechtbank overeenkomstig het verzoek van verweerder € 132 toe. Daarvoor is het volgende van belang. Verweerder heeft in 228 bezwaarzaken gelijktijdig gehoord. Van die bezwaren zijn er 42 gegrond verklaard. Verweerder heeft aangevoerd dat derhalve sprake is van een bijzondere omstandigheid die aanleiding geeft tot matiging van de kosten voor de bezwaarfase voor zover het de hoorzitting betreft. De rechtbank ziet aanleiding verweerder inhoudelijk te volgen in de stelling dat sprake is van bijzondere omstandigheden en wijkt daarom op dit punt af van de forfaitaire vergoeding. [6]
(10 uur x € 120). Omdat eiseres niet btw-plichtig is, kan zij de in rekening gebrachte voorbelasting niet in aftrek brengen. De toegekende vergoeding moet daarom met 21% omzetbelasting worden verhoogd. Dit betekent dat de vergoeding voor de taxatiekosten
€ 1.452 (€ 1.200 x 121%) bedraagt.
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar voor zover deze ziet op het object;
- vermindert de WOZ-waarde tot € 700.000;
- bepaalt dat verweerder de betreffende aanslagen OZB en watersysteemheffing dienovereenkomstig verlaagt;
- bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar;
- veroordeelt verweerder tot betaling van een vergoeding voor aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade aan eiseres voor een bedrag van € 444;
- veroordeelt de Staat tot betaling van een vergoeding voor aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade aan eiseres voor een bedrag van € 556;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.917;
- draagt verweerder op € 354 aan eiseres te vergoeden voor het betaalde griffierecht.
mr. A.P. Vaatstra, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I.A. Kranenburg, griffier.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;