Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[eiseres] , te [plaats] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, verweerder.
Procesverloop
- over het jaar 2013 een naheffingsaanslag omzetbelasting van € 171.935, belastingrente van € 34.148 en een boete van € 4.920;
- over het jaar 2014 een naheffingsaanslag omzetbelasting van € 266.707, belastingrente van € 45.725 en een boete van € 4.920;
- over het jaar 2015 een naheffingsaanslag omzetbelasting van € 151.485, belastingrente van € 19.911 en een boete van € 5.278;
- over het jaar 2016 een naheffingsaanslag omzetbelasting van € 339.144, belastingrente van € 31.012 en een boete van € 5.278.
Overwegingen
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de naheffingsaanslagen voor de jaren 2014 en 2016 tot € 170.993 (2014) en € 192.535 (2016);
- handhaaft de naheffingsaanslagen voor de jaren 2013 en 2015;
- vermindert de beschikkingen belastingrente overeenkomstig de vermindering van de naheffingsaanslagen en met inachtneming van het tussen partijen gesloten compromis;
- vermindert de boetebeschikkingen tot € 2.460 (2013 en 2014) en € 2.639 (2015 en 2016);
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 2.244;
- gelast dat verweerder het door eiseres betaalde griffierecht van € 345 vergoedt.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;