Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van
[eiser], te [woonplaats], eiser
Procesverloop
Overwegingen
- verklaart het beroep gegrond;
Rechtbank Gelderland
Eiser werkte via twee verschillende uitzendbureaus bij dezelfde inlener, het [instantie], maar de werkzaamheden vonden plaats vanuit verschillende dienstbetrekkingen. Verweerder stelde het dagloon vast op basis van het laatste dienstverband, waarbij onbetaald vakantieverlof niet werd meegenomen. Eiser betoogde dat het dagloon onjuist was vastgesteld en dat hij onbetaald verlof had opgenomen dat niet in de polisadministratie was geregistreerd.
De rechtbank oordeelde dat het Dagloonbesluit werknemersverzekeringen juist werd toegepast door alleen het loon van het laatste dienstverband mee te nemen, omdat er geen sprake was van opvolgende dienstbetrekkingen bij dezelfde werkgever. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel om het besluit buiten toepassing te laten, werd verworpen omdat dit tot een geheel nieuwe regel zou leiden die aan de materiële wetgever is voorbehouden.
Wel stelde de rechtbank vast dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het onbetaalde vakantieverlof niet werd meegenomen, terwijl eiser aannemelijk had gemaakt dat hij dit mondeling had afgesproken met zowel het uitzendbureau als de inlener. De salarisstroken ondersteunden dit en verweerder betwistte dit niet. Daarom moest verweerder het dagloon opnieuw vaststellen met toepassing van artikel 12f van het Dagloonbesluit.
Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2, 7:11 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen en veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder dient het dagloon opnieuw vast te stellen met inachtneming van onbetaald vakantieverlof.