Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
1.De procedure
- het verzoekschrift met de producties 1 t/m 37 ingekomen op 23 oktober 2019
- de beschikking van 23 oktober 2019 van deze rechtbank, locatie Zutphen, waarin de zaak wordt verwezen naar de locatie Arnhem
- een brief met productie 38 van [naam verzoeker] ingekomen op 21 januari 2020
- het verweerschrift, tevens houdende tegenverzoek en incidentele vordering tot het treffen van een voorlopige voorziening met de producties 1 t/m 41 ingekomen op 28 januari 2020
- een brief met producties 39 t/m 41 van [naam verzoeker] ingekomen op 30 januari 2020
- de akte aanvulling verzoek in incident en tegenverzoek met de producties 42 t/m 44 van [naam verweerster] ingekomen op 3 februari 2020
- een brief met productie 45 van [naam verweerster] ingekomen op 3 februari 2020
- het uitstel van de mondelinge behandeling die aanvankelijk was gepland op
- 4 februari 2020
- een brief met producties 42 t/m 45 van [naam verzoeker] ingekomen op 10 februari 2020
- de akte aanvulling verzoek in incident met de producties 46 t/m 48 van [naam verweerster] ingekomen op 10 februari 2020
- de mondelinge behandeling op 10 februari 2020 waar partijen het woord hebben gevoerd aan de hand van pleitnotities
- de brief van de advocaat van [naam verweerster] van 19 februari 2020, waarin het secundaire verzoek in het incident (bedoeld zal zijn het subsidiaire verzoek, de rechtbank) wordt ingetrokken
- de reactie hierop van de advocaat van [naam verzoeker] van 19 februari 2020.
2.De feiten
3.Het verzoek
4.Het zelfstandig tegenverzoek
5.De beoordeling van het verzoek
inleiding
6.198,00(2 punten × tarief € 3.099,00)
6.De beoordeling van het zelfstandig tegenverzoek
in de hoofdzaak
271,50(1 punt x 0,5 x tarief € 543,00)
543,00(1 punt x tarief € 543,00)