ECLI:NL:RBGEL:2018:2377
Rechtbank Gelderland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Navordering inkomstenbelasting wegens fout bij verwerking herziene aangifte
Eiser voerde samen met een partner een onderneming waarbij panden werden verhuurd voor prostitutie. In 2013 werden de panden verkocht en werd de onderneming gestaakt. Eiser diende in 2014 een verzoek in op grond van de foutenleer om een hogere inbrengwaarde van de panden te erkennen, maar gaf in de aangifte van dat jaar geen stakingswinst aan. Later diende hij een herziene aangifte in waarin wel stakingswinst werd verantwoord.
De Belastingdienst stelde de aanslag op basis van de eerste aangifte vast, zonder de herziene aangifte mee te nemen. Dit leidde tot een navorderingsaanslag. Eiser stelde dat sprake was van ambtelijk verzuim omdat de Belastingdienst niet nader had onderzocht ondanks het lopende verzoek en de gewijzigde aangifte.
De rechtbank oordeelde dat er sprake was van een fout in de zin van artikel 16, tweede lid, aanhef en onder c, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen doordat de herziene aangifte niet werd verwerkt. Er was geen sprake van een onjuist inzicht van de inspecteur in de feiten of het recht, en geen ambtelijk verzuim dat navordering in de weg stond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2013 is terecht opgelegd wegens een fout bij de Belastingdienst.