ECLI:NL:RBGEL:2016:3425
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit beëindiging AWBZ-zorg wegens onvoldoende zorgovergang en onzorgvuldigheid
Eiser, met psychische beperkingen en een beneden gemiddeld IQ, ontving AWBZ-zorg sinds 2008. Verweerder beëindigde deze zorg per 29 juli 2014, stellende dat forensische zorg voorrang heeft op AWBZ-zorg. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank oordeelt dat verweerder bij het heronderzoek zorgvuldig had moeten nagaan of adequate zorg beschikbaar was, mede gelet op een eerdere uitspraak van de Centrale Raad van Beroep. Dit is niet gebeurd en er is onvoldoende bewijs dat passende zorg aanwezig was. Ook een stilstand van de reclassering mag niet leiden tot onthouding van noodzakelijke zorg.
Verder was de overgangstermijn van zes weken na bezwaar onvoldoende, omdat niet duidelijk was dat de forensische indicatie binnen die periode gerealiseerd kon worden. De rechtbank vernietigt het besluit tot beëindiging van de AWBZ-zorg per 4 juni 2015 en bepaalt dat de indicatie doorloopt tot 1 januari 2016, waarna de gemeente zorg verleent. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot beëindiging van de AWBZ-zorg wordt vernietigd en de indicatie loopt door tot 1 januari 2016.