Uitspraak
aRECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 7 juni 2016
[X] B.V., te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Utrecht, verweerder.
Procesverloop
12 mei 2015, wat betreft de naheffingsaanslagen 2009, 2010 en 2011 beroep ingesteld. Per faxbericht van 15 mei 2015, op dezelfde datum ontvangen door de rechtbank, heeft eiseres beroep ingesteld tegen de naheffingsaanslag 2012.
Overwegingen
[A] . In dat gesprek heeft [A] informatie verstrekt op grond waarvan verweerder bij beschikking van 28 februari 2013, met ingang van 1 februari 2013, eiseres en tien van haar dochtermaatschappijen heeft aangemerkt als fiscale eenheid voor de heffing van omzetbelasting. De naam van deze fiscale eenheid luidt: Fiscale Eenheid [C] B.V., [F] B.V.
.De holdingresolutie opent een buitenwettelijke mogelijkheid ten gunste van belastingplichtigen en is derhalve een vorm van begunstigend beleid. Eiseres dient in dit verband te voldoen aan alle in deze resolutie opgenomen voorwaarden, waaronder de eis dat eiseres een verzoek heeft moeten doen om in een fiscale eenheid te worden opgenomen. Een dergelijk verzoek is nimmer gedaan (vgl. rechtbank Arnhem 15 februari 2006, ECLI:NL:RBARN:2006:AV8577). Bovendien is, bij gebreke van concrete stellingen en objectieve aanknopingspunten, niet aannemelijk gemaakt dat eiseres een houdstermaatschappij is die binnen het concern een sturende en beleidsbepalende functie vervult. Het beroep is ook in zoverre ongegrond.
Beslissing
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;