Uitspraak
Stichting [X]te
[Z](hierna: belanghebbende) tegen de uitspraak van het
Gerechtshof te Amsterdamvan 28 juni 2012, nr. 11/01012, betreffende een op aangifte voldaan bedrag aan omzetbelasting.
Hoge Raad
Belanghebbende, een onderwijsinstelling die administratieve diensten verleent aan andere scholen, heeft omzetbelasting betaald over doorbelaste kosten aan deze instellingen en verzocht om teruggaaf. Zowel de Inspecteur, de Rechtbank Haarlem als het Gerechtshof Amsterdam hebben het bezwaar en beroep van belanghebbende afgewezen. De Hoge Raad bevestigt in cassatie het oordeel van het Hof dat de doorbelaste bedragen niet kunnen worden aangemerkt als kosten voor gemene rekening.
De Hoge Raad overweegt dat kosten voor gemene rekening alleen bestaan indien kosten ten behoeve van meerdere ondernemers in eerste instantie door één van hen worden betaald en vervolgens volgens een vaste verdeelsleutel worden omgeslagen, waarbij het risico van die kosten ook gezamenlijk wordt gedragen. Belanghebbende heeft dit niet aannemelijk gemaakt. Het oordeel van het Hof dat het risico niet gezamenlijk wordt gedragen is een waardering van feitelijke aard en kan in cassatie niet worden getoetst.
Verder wijst de Hoge Raad op het uitgangspunt dat betalingen tussen ondernemers in beginsel de tegenwaarde zijn voor een prestatie, tenzij het om kosten voor gemene rekening gaat. Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en er worden geen proceskosten aan belanghebbende toegekend.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt ongegrond verklaard en het arrest van het Hof bevestigd.