Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van 2 juni 2015
[X], wonende te [Z], eiser,(BSN [000]),gemachtigden mr. [gemachtigde] en mr. [A],
de inspecteur van de Belastingdienst/kantoor Amsterdam, verweerder,gemachtigde mr. [gemachtigde] MSRE.
Procesverloop
Overwegingen
“Secured obligations
The pledge shall serve as a security for all present and future claims, whether matured or not, whether conditional or definitive, irrespective of their legal cause (including but not limited to loans, guarantees, overdrafts and options), that the bank may have against EURL [J] (hereinafter the “Debtor”), holder of the account [001] under any agreement concluded with the latter or any other reason (…)”.
“Following our loan to EURL [J] which is secured by the crosspledge agreement dated December 3, 2007, converning your account number [002] maintaned in our books, we hereby define the conditions and credit interest rates for the deposit maintained in said account.
- the amount which has to be placed on deposit has to be identical to the amount of the loan due by EURL [J] tot ourselves;
- the interest period of the deposit has to be identical at any time to the duration of the interest period of the loan:
- the credit interest rate will be EURIBOR and will be indentical at any time used for the loan (…)”.
.”Dat eiser over alle relevante informatie kan beschikken blijkt ook uit een notitie van 16 maart 2007 van belastingadviseur [P] aan [G] BV waarin wordt ingegaan op de mogelijkheden ervoor te zorgen dat de door [K] SA behaalde winsten belastingvrij kunnen worden geïncasseerd.
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vernietigt de navorderingsaanslag en de beschikking heffingsrente over het jaar 2007;
- wijzigt de navorderingsaanslag over het jaar 2008 aldus dat deze wordt berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 782.157, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 14.566.409 en een door partijen nader vast te stellen inkomen uit sparen en beleggen, met dien verstande dat de navorderingsaanslag niet tot een hoger bedrag wordt vastgesteld;
- wijzigt de aanslag over het jaar 2009 aldus dat deze wordt berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 782.862, een belastbaar inkomen uit aanmerkelijk belang van € 2.700 en een door partijen nader vast te stellen inkomen uit sparen en beleggen, met dien verstande dat de aanslag niet tot een hoger bedrag wordt vastgesteld;
- wijzigt de beschikkingen heffingsrente over 2008 en 2009 dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van de vernietigde uitspraken op bezwaar;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 3.306;
- gelast dat verweerder het door eiser betaalde griffierecht ad € 44 betaalt.