ECLI:NL:RBDOR:2007:BB8801
Rechtbank Dordrecht
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging WOZ-waarde woning wegens onbevoegde uitspraak en relevante agrarische bedrijfswoningstatus
De heffingsambtenaar stelde de WOZ-waarde van een woning, gebruikt als agrarische bedrijfswoning, aanvankelijk vast op €380.000,-. Na bezwaar werd deze waarde verlaagd naar €336.000,-, waarna eiser beroep instelde bij de rechtbank. Verweerder stelde later een waarde van €305.000,- voor, gebaseerd op een taxatierapport dat rekening hield met specifieke kenmerken van de woning.
De rechtbank constateerde dat de bestreden uitspraak niet bevoegd was genomen, omdat deze namens het college van burgemeester en wethouders was gedaan in plaats van door de heffingsambtenaar. Tevens was de vastgestelde waarde te hoog. De rechtbank oordeelde dat de agrarische bedrijfswoningstatus relevant is voor de waardebepaling, omdat het bestemmingsplan burgerbewoning uitsluit, wat een waardebeperking betekent.
De rechtbank vond echter onvoldoende bewijs dat de voorgestelde waarde van €305.000,- correct rekening hield met deze beperking, mede omdat de vergelijkingsobjecten geen agrarische bedrijfswoningen waren. Daarom werd de uitspraak vernietigd en verweerder opgedragen een nieuwe uitspraak te doen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en gemaakte verletkosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de bestreden uitspraak wordt vernietigd en vergoeding van griffierecht en verletkosten wordt toegewezen.