ECLI:NL:RBDHA:2026:9382
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- M.M. van Veelen
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen afwijzing mvv-aanvraag wegens onjuiste belangenafweging en gezinsleven
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af te wijzen. De aanvraag betrof verblijf als familie- of gezinslid van een jongvolwassene, referent, geboren in 1999, die vanwege oorlogsomstandigheden in Syrië naar Nederland is gevlucht.
De minister stelde dat er geen sprake was van beschermenswaardig gezinsleven tussen referent en zijn moeder, mede omdat referent niet onder het jongvolwassenenbeleid viel en geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie bestond. De rechtbank oordeelt dat de minister onvoldoende rekening heeft gehouden met de bijzondere omstandigheden, zoals de rol van referent als kostwinner vanaf jonge leeftijd, de onvrijwillige verbreking van het gezin door oorlog en de kwetsbare situatie van het gezin in Syrië.
De rechtbank stelt dat de belangenafweging onzorgvuldig en onvoldoende gemotiveerd is uitgevoerd. De minister heeft ten onrechte het ontbreken van toestemming van de vader meegewogen terwijl sprake is van bewijsnood. Ook is onvoldoende aandacht besteed aan de intensiteit van het gezinsleven en de gevolgen van de oorlogssituatie.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt de minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eisers.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd, met opdracht tot een nieuw besluit en vergoeding van kosten aan eisers.