ECLI:NL:RVS:2024:3306
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering machtiging voorlopig verblijf wegens onvoldoende motivering jongvolwassenenbeleid
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees op 15 februari 2018 de aanvraag van de vreemdeling om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) af. Na meerdere besluiten waarin bezwaren van de vreemdeling ongegrond werden verklaard, vernietigde de rechtbank Den Haag op 1 maart 2022 het laatste besluit en beval een hernieuwde beoordeling.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de minister terecht stelde dat de vreemdeling door het aangaan van een huwelijk een zelfstandig gezin heeft gevormd, hetgeen een criterium is binnen het jongvolwassenenbeleid. Ook is voldoende gemotiveerd dat de vreemdeling in zijn levensonderhoud voorziet en financieel onafhankelijk is van zijn ouders.
Echter, de Raad constateerde dat de minister niet had beoordeeld of er bijkomende afhankelijkheidselementen zijn die het familie- of gezinsleven beschermen onder artikel 8 EVRM Pro. Daarom vernietigt de Raad zowel het besluit van 21 januari 2020 als dat van 16 september 2021 en beveelt een nieuwe beoordeling waarbij alle individuele omstandigheden worden betrokken. Tevens veroordeelt de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: De Raad van State vernietigt het besluit tot weigering van de machtiging tot voorlopig verblijf en gelast een nieuwe beoordeling met inachtneming van bijkomende afhankelijkheidselementen.