ECLI:NL:RBDHA:2026:9228
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep niet-ontvankelijk wegens vertrek met onbekende bestemming in asielprocedure
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit. De rechtbank heeft ambtshalve onderzocht of eiser nog procesbelang heeft bij het beroep.
De minister heeft meegedeeld dat eiser op 13 januari 2026 met onbekende bestemming is vertrokken en dat de gemachtigde van eiser geen contact meer heeft met hem. Volgens vaste rechtspraak wordt dan aangenomen dat eiser geen prijs meer stelt op de bescherming die hij aanvankelijk zocht, tenzij hij contact onderhoudt met zijn gemachtigde en nog in Nederland verblijft.
Gezien het vertrek met onbekende bestemming en het ontbreken van contact concludeert de rechtbank dat eiser geen rechtens te beschermen belang meer heeft bij de beoordeling van het bestreden besluit. Daarom verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en beoordeelt zij de zaak niet inhoudelijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat eiser met onbekende bestemming is vertrokken en geen procesbelang meer heeft.