ECLI:NL:RBDHA:2026:9227
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- O. El Kadi
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
De zaak betreft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen omdat Kroatië verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag op grond van de Dublinverordening.
Eiser stelde dat het besluit onzorgvuldig was omdat zijn persoonlijke omstandigheden onvoldoende waren meegewogen en dat hij onder dwang vingerafdrukken moest afstaan in Kroatië, waardoor hij feitelijk gedwongen was daar asiel aan te vragen. Tevens voerde hij aan dat hij in Kroatië geen toegang had tot de asielprocedure en opvangvoorzieningen, waardoor overdracht aan Kroatië zou leiden tot een schending van artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 EU Pro Handvest.
De rechtbank oordeelde dat de minister wel degelijk een individuele beoordeling had gemaakt en dat de Kroatische autoriteiten op grond van de Eurodacverordening verplicht waren vingerafdrukken af te nemen. Er was geen sprake van onzorgvuldigheid of onrechtmatigheid. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel kon worden toegepast omdat Kroatië zijn verdragsverplichtingen nakomt en er geen sprake was van structurele tekortkomingen in de asielprocedure of opvang.
De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en dat eiser geen proceskostenvergoeding krijgt. De uitspraak is gedaan door rechter O. El Kadi en griffier J. de Lange.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.