Eisers, een Moldavisch gezin met twee minderjarige kinderen, dienden op 29 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat België verantwoordelijk zou zijn op grond van de Dublinverordening. Eisers hadden eerder asielaanvragen in België ingediend en werden daar niet toegelaten tot opvang.
De rechtbank oordeelt dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van België kan worden toegepast. Het AIDA-rapport 2024 toont aan dat Dublinterugkeerders, waaronder gezinnen met minderjarige kinderen, vaak geen directe toegang tot opvang krijgen. Verweerder heeft onvoldoende rekening gehouden met de belangen van de minderjarige kinderen en de reële kans dat eisers tijdelijk geen opvang zullen ontvangen.
Verder is vastgesteld dat asielzoekers in België geen effectieve rechtsbescherming hebben tegen tekortkomingen in opvangvoorzieningen. Verweerders stelling dat eisers kunnen klagen bij Belgische autoriteiten wordt door de rechtbank verworpen.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens motiveringsgebrek en beveelt verweerder binnen zes weken een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met deze uitspraak. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. Eisers krijgen een proceskostenvergoeding toegewezen.