ECLI:NL:RBDHA:2026:9125
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging tot voorlopig verblijf
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging. De minister van Asiel en Migratie heeft niet binnen de wettelijke termijn van 90 dagen, verlengd met drie maanden, een besluit genomen. De rechtbank stelt vast dat de termijn is verstreken zonder besluit en dat het beroep tijdig is ingediend na een rechtsgeldige ingebrekestelling.
De rechtbank oordeelt dat het niet tijdig beslissen gelijkstaat aan een besluit en legt op grond van de Algemene wet bestuursrecht een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen. Indien nader onderzoek nodig is en schriftelijk wordt meegedeeld, geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd voor het overschrijden van deze termijn.
De rechtbank veroordeelt de minister tot betaling van de verbeurde bestuurlijke dwangsommen van €1.442, vergoeding van het griffierecht van €194 en proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de minister een termijn en dwangsommen op voor het alsnog nemen van een besluit.