ECLI:NL:RVS:2025:5787
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- M. Soffers
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rechtbankuitspraak over beslistermijn mvv-aanvraag nareis en toepasselijkheid overgangsrecht
Betrokkenen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een mvv-aanvraag in het kader van nareis. De rechtbank oordeelde dat de wet van 12 maart 2025, die de beslistermijn verlengt van 90 dagen naar 9 maanden, niet van toepassing is op aanvragen die vóór de inwerkingtreding zijn ingediend. De minister stelde hoger beroep in tegen dit oordeel.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt dat artikel 1.27 van het Vb 2000 van toepassing is op zowel het materiële als procedurele recht, waaronder de beslistermijn. Dit artikel bepaalt dat het recht geldt zoals dat gold op het moment van ontvangst van de aanvraag, tenzij het latere recht gunstiger is voor de vreemdeling. Omdat de verlenging van de beslistermijn ongunstiger is, geldt deze niet voor reeds ingediende aanvragen.
De Afdeling wijst het hoger beroep af en veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten. Hiermee wordt de uitspraak van de rechtbank gehandhaafd dat de minister binnen de oorspronkelijke termijn van zes maanden een besluit moet nemen en dat de verlenging van de beslistermijn niet met terugwerkende kracht geldt.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.