ECLI:NL:RBDHA:2026:8780
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling.
De rechtbank heeft het beroep schriftelijk behandeld en verklaart het ongegrond. De minister mocht uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel dat inhoudt dat de aangezochte lidstaat (Duitsland) de asielprocedure adequaat uitvoert. Eiser stelde dat Duitsland structurele tekortkomingen heeft in de opvang van asielzoekers, onderbouwd met het AIDA-rapport 2024 en eigen ervaringen.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht het vertrouwensbeginsel toepaste, mede gelet op eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State die de situatie in Duitsland beoordeelden. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de situatie zodanig is gewijzigd dat het vertrouwensbeginsel niet langer geldt.
Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening, dat de minister discretionaire bevoegdheid geeft om de verantwoordelijkheid aan zich te trekken bij bijzondere omstandigheden, faalt omdat eiser deze omstandigheden niet concreet heeft toegelicht.
De rechtbank handhaaft het besluit en wijst het beroep af. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.