ECLI:NL:RBDHA:2026:8777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op asielaanvraag Iran met besluitmoratorium
Belanghebbende heeft op 15 juni 2025 asiel aangevraagd en stelt de Iraanse nationaliteit te bezitten. Verweerder heeft niet binnen de wettelijke termijn van zes maanden op de aanvraag beslist, waardoor belanghebbende op 9 januari 2026 een ingebrekestelling heeft gestuurd en op 17 maart 2026 beroep instelde wegens het niet tijdig beslissen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de beslistermijn op 15 december 2025 was verstreken zonder besluit. Vanwege het besluit- en vertrekmoratorium voor Iraanse asielaanvragen, ingesteld op 24 maart 2026, wordt de beslistermijn verlengd met maximaal zestien weken nadat het moratorium eindigt.
Verweerder wordt opgedragen binnen deze termijn alsnog een besluit te nemen en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding opgelegd, met een maximum van €15.000. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van €467. De uitspraak is gedaan door rechter Gielen en griffier Kwakman.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en verweerder krijgt een verlengde beslistermijn opgelegd met een dwangsom bij overschrijding.