ECLI:NL:RBDHA:2026:8447
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen beëindiging tijdelijke bescherming derdelander Oekraïne ongegrond verklaard
Eiser, een Egyptische nationaliteit dragende derdelander die rechtmatig in Oekraïne verbleef, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. Verweerder besloot de tijdelijke bevriezingsmaatregel per 4 september 2025 te beëindigen, waardoor de tijdelijke bescherming van eiser eindigde en hij binnen vier weken moest terugkeren naar Egypte.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit prematuur was, dat geen individuele belangenafweging had plaatsgevonden, dat hij niet was gehoord en dat terugkeer naar Egypte een schending van artikel 3 EVRM Pro zou betekenen. De rechtbank oordeelde dat de zienswijze van eiser voldoende was behandeld, dat de bevriezingsmaatregel slechts een feitelijke opschorting was en geen rechtmatig verblijf, en dat geen toezeggingen waren gedaan die het vertrouwensbeginsel schonden.
Verder stelde de rechtbank vast dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om zijn zienswijze naar voren te brengen, dat zijn asielaanvraag was afgewezen en dat hij geen aannemelijk risico op ernstige schade bij terugkeer had gesteld. Ook was geen beschermenswaardig familie- of privéleven in Nederland aangetoond. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit bleef in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot beëindiging van tijdelijke bescherming en het terugkeerbesluit wordt ongegrond verklaard.