Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een minderjarige Somalische nationaliteit dragende persoon, diende op 8 mei 2023 een asielaanvraag in met het motief dat hij vanwege dreiging van Al-Shabaab moest vluchten uit Zuid-Somalië. Verweerder wees de aanvraag af als kennelijk ongegrond, omdat eiser's identiteit, nationaliteit en herkomst ongeloofwaardig werden geacht. Dit oordeel was mede gebaseerd op een taalanalyse van TOELT, die concludeerde dat eisers spraak niet overeenkomt met het dialect uit Zuid-Somalië, maar met dat uit het Somalische deel van Ethiopië.
Eiser betwistte de taalanalyse en overhandigde een contra-expertise van Verified, die stelde dat de taalanalyse onjuiste aannames bevatte en dat zijn spraak wel degelijk uit Zuid-Somalië kon komen. Verweerder legde een inhoudelijke reactie van TOELT op deze contra-expertise aan het besluit ten grondslag, waarin TOELT haar conclusies motiveerde en de argumenten van Verified weerlegde.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht op het deskundigenadvies van TOELT mocht vertrouwen, omdat dit zorgvuldig was opgesteld en de weerlegging van Verified onvoldoende was om twijfel te zaaien. De verklaringen van eiser over zijn woonomgeving en antwoorden tijdens het gehoor waren onvoldoende om de twijfel over zijn herkomst weg te nemen. Daarom was het niet nodig om de asielmotieven inhoudelijk te beoordelen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 2 april 2026 te Middelburg.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de asielaanvraag wegens ongeloofwaardige identiteit en herkomst.