Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser 1] , eiser 1,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om een verblijfsdocument EU voor verblijf als halfzus van een Nederlands minderjarig kind. De minister van Asiel en Migratie heeft geen verweerschrift ingediend. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en het verzoek om griffierechtvrijstelling definitief toegewezen.
De aanvraag werd ingediend op 3 oktober 2024, met een beslistermijn van 90 dagen die met drie maanden werd verlengd, waardoor uiterlijk 1 april 2025 een besluit had moeten worden genomen. Deze termijn is verstreken zonder besluit. De minister is op 27 augustus 2025 rechtsgeldig in gebreke gesteld en het beroep is op 15 september 2025 tijdig ingesteld.
De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en legt op grond van artikel 8:55d Awb een termijn van acht weken na verzending van deze uitspraak op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijke verlenging tot twintig weken bij nader onderzoek. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.
De rechtbank veroordeelt de minister in de proceskosten van €467. De uitspraak is gebaseerd op relevante jurisprudentie en wettelijke bepalingen omtrent beslistermijnen en zorgvuldigheid bij gezinsherenigingsaanvragen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de minister wordt opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen onder dreiging van een dwangsom.