ECLI:NL:RBDHA:2026:7564
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf gezinshereniging
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van gezinshereniging voor zijn echtgenote en kinderen. De minister van Asiel en Migratie heeft de beslistermijn met drie maanden verlengd, maar heeft uiteindelijk niet binnen de wettelijke termijn een besluit genomen.
De rechtbank stelt vast dat de minister op 12 september 2025 rechtsgeldig in gebreke is gesteld en dat het beroep op 21 oktober 2025 tijdig is ingediend. De rechtbank oordeelt dat het beroep kennelijk gegrond is en dat er sprake is van een bijzonder geval, waardoor een langere beslistermijn dan de standaard twee weken kan worden opgelegd.
De rechtbank legt een termijn van acht weken op waarbinnen de minister een besluit moet nemen, met een mogelijkheid tot verlenging tot twintig weken indien nader onderzoek wordt aangekondigd. Tevens wordt een dwangsom van € 100 per dag opgelegd bij overschrijding, met een maximum van € 15.000. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt de minister een termijn en dwangsom op voor het nemen van een besluit.